The bird who dares to fall, is the bird who learns to fly…

Hallo iedereen,

Alweer een tijdje geleden dat er hier een update kwam… De reden is dat ik soms zo worstel met alles wat gaande is, dat ik niet altijd de energie vind om het ook nog eens zwart wit op papier te zien staan, laat staan zelf te typen. Maar anderzijds is die confrontatie wel nodig om het touw te ontrafelen. Het touw dat zich in m’n hoofd alleen maar meer laat vernestelen. Er zijn zoveel redenen om die warboel voor mezelf te houden. Zoveel argumenten die veel sterker lijken dan het stemmetje in m’n hoofd. Het stemmetje dat probeert de bovenhand te halen en duidelijk te maken, dat we niet voor niets met zoveel mensen op deze wereld zijn. Dat we er zijn om elkaar te helpen. Dat je er niet alleen voor hoeft te staan. Hoe sterk je zelf ook wilt zijn. Dat je mond open doen, geen teken van zwakte is… En toch is er maar al te vaak een luid geruis dat dit stemmetje overheerst. Angst en schrik. Schrik om je dierbaren te belasten. Schrik om mensen te kwetsen. Schrik dat mensen je niet zullen begrijpen. Schrik dat als je het uitspreekt, het dan nog veel echter is, en soms ook erger… Schrik voor de zoektocht naar een oplossing. Schrik. Voor zoveel. Zo intens. Schrik… Verlammender dan dit, is moeilijk te vinden. En laat het net bewegen zijn wat ik wil. Vooruitgaan. Progressie. Vrijheid. Geen dwangbuis. Niet in m’n hoofd. Niet in m’n lichaam.

Emotioneel én fysiek, bevind ik me quasi continu op een rollercoaster. En dit al jaren aan een stuk. Eentje waar pretparken ongetwijfeld jaloers op zouden zijn. Maar ik niet. Totaal niet. Het is uitputtend. En telkens ik denk om m’n bagage even van m’n schouders te halen, zet ik die soms zonder dat ik het besef knal op de weg die ik aan het gaan ben. Telkens ik denk dat ik iets uit m’n bagage kan halen, achterwege laten, wegsmijten, kom ik het vaak niet veel later gewoon weer tegen. Op diezelfde weg. Het lijkt alsof er geen ontkomen aan is, welke methode ik ook probeer. M’n bagage is m’n verleden, maar het blijkt ook zo vaak m’n heden en toekomst. Dus ik weet dat ik er mee moet leren omgaan. Omgaan met die bagage. Omgaan met het gewicht. Alleen is de vraag hoe? Hoe kan ik die bagage omvormen, verdelen, opsplitsen? Hoe kan ik die bagage omvormen tot een verrijking, in plaats van een verstikking. En het is waarschijnlijk net het antwoord op die vraag, wat het leven net zinvol en waardevol maakt.

Soms probeer ik ook te hard gelukkig te zijn. Omdat ik denk dat het zo zinloos is om het niet te zijn. Zo jammer ook. Zo erg. Omdat ik er te veel mensen ken, die er al lang niet meer zijn. Helaas…In onze maatschappij lijkt dit ook vaak het grootste goed. Gelukkig zijn… Maar wie is echt gelukkig… Wat is ‘zijn’ in die zin. Hoe lang duurt zoiets ? Want het voelt soms als een vlinder, zo dichtbij dat je diens vleugelslag quasi tegen je huid voelt, maar net als je die wilt grijpen, is hij alweer verder gefladderd. Als gelukkig zijn, die vlinder grijpen is. Dan ben je het inderdaad nooit.

Maar als gelukkig zijn, beseffen is dat er miljoenen vlinders rondvliegen, wiens vleugels je af en toe in vervoering brengen, voldoende om het te koesteren en je verder te begeven op je pad, wetende dat er nog vlinders rondom je zijn, ontelbare…. Dan ben je het quasi continu. Ook al voelt het niet als de aanraking zelf. Maar is dat nodig? Zou het mogelijk zijn dat je dan zelfs merkt dat motten, die in eerste instantie veel lelijker zijn dan de kleurrijke vlinders…. je ook kunnen raken met hun vleugels, en dat dit helemaal niet akelig hoeft te zijn. Dat ze je ook in vervoering kunnen brengen. Dat ze van dichtbij ook heel prachtig zijn, op hun eigen unieke manier.

Wat is gelukkig zijn? Wat houdt het in? En hoe dicht leunt het aan bij ongelukkig zijn, als we er echt naar op zoek gaan? Ik zou er heel graag op willen vertrouwen dat die vlinders sowieso op m’n pad zijn en zullen blijven komen, welke weg ik ook insla. Dat die vleugelslagen de schrik en angst doen weg ebben, ook al is het enkel de vleugelslag. Dat ik daardoor besef dat het net in de vrijheid van de fladderende vlinders is, dat de vervoering van hun vleugels me kunnen raken.

Gelukkig helpt de natuur ons vaak ook een handje. Na donkere periodes komt altijd klaarheid. Helderheid. Nacht en dag. Winter en zomer. Laat het zonnetje nu net aan kracht winnen, laat de lente nu net in het land zijn. Laat ons nu net meer daglicht hebben, waardoor we de vlinders ook veel meer kunnen zien! En door het te zien, zal ook het besef wel komen dat alles z’n reden heeft, ieder z’n weg te gaan heeft en de vlinders altijd en overal zullen blijven fladderen.
Liefs,

Lindsey

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *