Winnaars hebben (g)een plan

Winnaars hebben (g)een plan

Winnaars hebben een plan. Een zin die steeds meer mensen in de mond nemen. Een zin, waarvan ik elk woord al kotsend m’n mond laat verlaten.

Waarom moet onze wereld onderverdeeld worden in winnaars en verliezers? Wat maakt iemand die ergens ‘wint’, beter dan iemand anders? En waarom zouden enkel die mensen een plan hebben, waarbij de rest gedegradeerd wordt tot planloze, en bijgevolg in de ondertoon, hersenloze wezens. Maak een plan, en je zult winnen. Toch? Zo simpel?

Herinneren die mensen zich ook hoe vaak ze een plan hebben moeten herschrijven? Hoe vaak hun plan, letterlijk en figuurlijk in het water viel? Herinneren ze zich de momenten dat ze het er allemaal wilden smijten, en ook gesmeten hebben? En herinneren ze zich ook, de porties geluk die er vaak mee gemoeid waren, waardoor ze toch weer op de been geraakten?

Maakt het plan mensen tot winnaars? En wat is de definitie van een winnaar?

(c)Inge Kinnet

Is niet iedereen een winnaar? Op zijn/haar manier? Een moeder van 3 kinderen, dag en nacht in de weer. Een havenarbeider, door weer en wind. Een oma die kleren naait en herstelt voor gans de familie. Een leerkracht die 200 leerlingen moet temmen. Een zieke persoon, die probeert een genezing of oplossing te vinden. En inderdaad, ook topsporters die soms de eer hebben, van hun passie hun beroep te kunnen maken. Iedereen op zijn/haar niveau, succesvol en sterk in wat ze doen. Iedereen een winnaar. Maar veel liever, iedereen menselijk. Warm. Echt.

Heeft niet iedereen op zijn of haar manier een plan? Ook al is het plan, om elke dag, keer op keer, zien te overleven? Zich afvragend hoe ze deze dag terug zullen doorstaan. Fysiek. Emotioneel. Financieel. Zij komen niet in de pers. Zij komen niet op het hoogste schavotje te staan. Maar maakt hen dit minder een winnaar? Maakt hen dit een minder mooi persoon? Maakt dat hun verhaal minder belangrijk? Neen, integendeel.

Als je dag in dag uit, alles wat je hebt, op welk vlak ook, investeert om een volgende dag te bereiken, weliswaar in de schaduw van alles en iedereen, ben je dan een verliezer? Omdat het misschien niet altijd lukt? Omdat het doel moet bijgeschaafd worden? Omdat er geen tikkeltje geluk mee gebonden is? Omdat er geen vangnet is, om in te vallen?

Want vallen, doet iedereen. ‘Winnaars’ en ‘verliezers’. En wat bepaalt hoe vlot je terug kunt opstaan? Als je überhaupt al kan opstaan? Het plan? Opgemaakt door wie? Gefundeerd door wie? Of wat?

Om doelen te bereiken, van welke grootte ook, moet iedereen zich inzetten. Maar is een bepaalde bevolkingsgroep daar beter in dan anderen? Is het geen tijd om al die hokjes en kastjes uit elkaar te timmeren? In plaats van deze nagels nog harder vast te slaan?

Want deze nagels, doen pijn. Mensen op de ‘rand’ van zo’n hokje, blijven er aan hangen. Het laat letterlijk en figuurlijk wonden na. Hun inspanningen gaan verloren in de schaduw van grote uitspraken. Uitspraken, waarmee je alles verkocht krijgt. Woorden, die veel camoufleren. Maar kunnen we niet allemaal van elkaar leren? Zowel uit negatieve als positieve ervaringen? Hebben we niet allemaal een boodschap te vertellen? Elk op onze manier? Kunnen we niet allemaal voor een reden, naar elkaar opkijken? Hoe (on)bekend je in de maatschappij ook bent?

Is het niet al pijnlijk genoeg, als een plan niet blijkt te slagen, dat je daarbovenop nog eens tot de ‘verliezers’ wordt gedegradeerd? Doet dit iets af, aan het feit dat je dag in dag uit alles hebt gegeven? Ben je hierdoor plots minder waard? Of goed? Of sterk? Niet als je het mij vraagt.

Winnaars hebben geen plan. Neen. Mensen hebben een leven. Dat wel. En iedereen probeert op zijn of haar manier daar het beste van te maken. Met de kansen die ze krijgen, maar waar ieder op zich vooral hard voor moet knokken. Een leven, zonder kastjes, hokjes en klasseringen. Waarin iedereen doet wat hij/zij kan. Waarbij iedereen er het beste probeert van te maken. En bij sommigen gaat dit gepaard met veel aandacht, geld, roem. Bij anderen met worstelen en eenzaamheid. En bij heel velen, daar ergens tussenin.

Maar ieder van hen is geen winnaar of verliezer… Wel, een mens. Van vlees en bloed. Met elk op hun manier een plan. Maar vooral een leven.

Liefs,

Lindsey

7 Years

Liefste kanker (English version below)

Hier ben ik weer, klaar om m’n monoloogje af te steken. Zoveel te zeggen, toch zo weinig woorden…
Morgen kennen we elkaar 7 jaar. 7 jaar…vol met zoveel aaneenschakelingen van obstakels, worstelingen, ontgoochelingen, eenzaamheid, pijn en verdriet. Een volheid, die heel veel leegte achter laat.
Maar niet in m’n ziel. Dat sprankeltje, kan je niet raken. Nooit.
Dat sprankeltje, ziet gelukkig ook het goeds. Koestert de kostbare momenten. Is dankbaar, voor al het moois. Dat vonkje, geeft nooit op. En zeker niet de hoop!

We hebben al veel gestreden. Oeverloos lang, bodemloos diep. Soms won ik, soms won jij, maar eigenlijk was er nooit een winnaar. We hebben beiden veel verloren. Misschien te veel. Misschien ook niet.
Misschien is het daarom nu wel een staakt-het-vuren.
Jij houdt je koest, en ik lik m’n wonden. Geef me aub wat tijd. Ik heb het nodig.

Je hoeft geen schrik te hebben, vergeten zal ik je niet. Als jij er niet voor zorgt, zorgen de controles en blijvende schadelijke effecten van de behandeling er wel voor. Maar dat is ok zo. Ik wil je ook niet vergeten.
Ik ben deel van jou, en jij bent deel van mij.
Tot de dood ons zal scheiden. Dat heb ik ondertussen al door. Maar laat ook dat dan maar nog lang duren. Alleen… vechten tegen elkaar hoeft niet meer. Toch? Alsjeblieft…? Ik zou het wel doen, maar echt waar, liever niet…
Ik heb namelijk nog wat zaken op een rijtje te zetten. Puzzelstukjes te verzamelen. Brokstukken te lijmen. Dromen te vervullen. Doelen te bereiken. Mensen te helpen. M’n dierbaren en het leven te koesteren. En vooral ook, wonden te likken. Veel wonden. Oeverloos ver. Bodemloos diep. Ik ben soms zo moe. En zo leeg. Maar wees gerust, m’n ziel blijft vol. En sprankelend. Altijd.
Dus lieve kanker, hou je nog wat koest. Geef me nog wat tijd. Hoe langer, hoe liever. Vergeten zal ik je immers niet. Hoe zou ik kunnen.

Liefs, Lindsey

 

My dearest cancer,

Here I go again. Ready for a one on one converstation. So much to say, but yet so little words.

Tomorrow, it’s been 7 years since we first met. 7 years… full of sequences with obstacles, a lot of struggles and disillusionment, loneliness, pain and sadness. A fullness, leaving much emptiness behind…But not in my soul. That sparkle, detects the good in every single corner and at every little spot. That light, never gives up! And certaintly not on hope!

We fought already a lot. Endlessly long. Bottomless deep. Sometimes, I won. Sometimes, you did. But actually, there never was a real winner. We’ve both lost. A lot. Maybe too much. Maybe not. Maybe that’s why we’re in a ceasefire now. You are acting low profile. And I am licking my wounds.

Please, give me some time.I really need it!

Don’t be afraid, I will never forget you. Even if you wouldn’t take care of that, the check-ups and the remaining harmfull effects of the treatment would do so. But you know, that’s okay. I don’t wonna forget you.

I am part of you, and you are part of me. Untill death do us part. I’ve already realized that. But you know what, can we please wait with that too? Only… We don’t have to fight each other anymore, agree? Please? I really would if necessary, but really, I prefer not…

Because, I still have to figure things out. Put things straight again. Collect puzzle pieces and make it whole again.Fulfill dreams, reach goals, help other people. Cherish my beloved ones and my own life. And most of all, I have to lick my wounds. Many wounds. Endlessly long. Bottomless deep.

Sometimes, I am so so tired. So empty.  But don’t you worry. My soul is full. And sparkling. Always.

So, my dearest cancer. Please, back off a little longer. Give me more time. The longer, the better. Because you know, I will never forget you. I couldn’t, even if I tried.

Love, Lindsey

Don’t dig up in doubt, what you planted in faith

img_6616Ik had gehoopt hier ‘wilde’ verhalen te kunnen vertellen over de afgelopen 4 weken. 4 weken sinds ik niet meer werk als kiné. Wild vanuit het perspectief van een kreupele bejaarde, maar toch, de gedachte om even de ‘vrijgekomen’ energie te kunnen steken in wat ik wilde, wanneer ik wilde, leek me wel eens fijn. Alhoewel wat ik wilde, wanneer ik wilde, sowieso al in een dwangbuis verwrongen zit! Maar goed, we weten ondertussen wel al langer dan vandaag dat het niet altijd loopt zoals je het je al honderden keren hebt ingebeeld, zo vaak, tot je het echt gaat geloven ook.

Eerst hoopte ik nog dat de toegenomen vermoeidheid een weerbots
was. Dat de keelpijn een tegenreactie was en dat het gewoon wat de periode van het jaar was om boven de WC pot te bengelen. Of erop. Maar toen de vermoeidheid begon op te stapelen als het vuil op een vuilnisbelt, toen mijn keel verdacht veel op een vliegenzwammen plaag begon te gelijken en toen de WC pot m’n 2e thuis begon te worden, ging ik met veel tegenzin toch naar de dokter.

Aan m’n 11 jaar had ik al eens klierkoorts gehad… Hoewel er in de medische wereld wat onenigheid over is of je al dan niet een opstoot van klierkoorts kan krijgen, feit is dat mijn waarden terug fel verhoogd staan en het virus opnieuw lustig rond swingt in m’n lichaam. In plaats van leuke dingen doen, werd het dus vooral niets doen. En ik moet nu inderdaad minder plannen, niet omdat ik meer energie heb om even ‘hoe-komt-het-uit’ m’n ingevingen te volgen, maar omdat de planning gewoon leeg staat.

img_6552Het schrijven van een nieuwe blog heeft wat op zich laten wachten, net omdat ik gewoon pissig word, van dit pissige nieuws. En het weer, waarbij het lijkt alsof de wolken in een collectieve depressie vertoeven, maakt het er ook niet zoveel beter op. Toegegeven, mentaal is het niet altijd even evident. Je steekt soms zoveel energie en hoop in het fysieke. In de minieme verbeteringen, als die er al zijn. En die hoop doet goed, laat je vooruit gaan, waardoor uiteindelijk enkele stapjes van een millimeter plots een centimeter vormen. Waardoor de hoop op z’n beurt weer groeit. Maar als je dan fysiek enkele centimeters naar achter wordt gesmeten, is de impact mentaal niet in die grootorde uit te drukken. Het voelt eerder aan als meters, als het al geen kilometers zijn. En tegen dat je die twee terug op eenzelfde startpunt krijgt, fysiek en mentaal, ben je wel weer een tijdje bezig. Tijd, die enerzijds zo snel vooruit gaat, en anderzijds zo oer traag. Maar ik moet zeggen, toch geraak ik er getraind in. Even knock out watertrappelen om toch maar niet mee geslorpt te worden in het donkere moeras van twijfels, angsten, onzekerheden en wanhoop. Maar als het watertrappelen ook even niet meer lukt, merk je op een of andere manier toch zwembandjes aan te hebben. Een soort buffering die altijd rondom je gebolsterd zit. Just-in-case. En helaas zijn die toch vaak nodig.

Maar goed… Het moeras ben ik ondertussen wel weer uit. Terug aanimg_6577 het wandelen, voorwaarts. Wel nog wat glibberig, want de modder moet nog van m’n schoenen geraken. Maar toch wandelen. Millimeter per millimeter. Fysiek en mentaal. En ook al word ik dan soms centimeters of meer naar achter gesmeten, objectief gezien, blijf ik op het eind van de rit toch vooruit gaan. Alles is beter dan de bodem van het moeras een bezoekje te brengen. Dus ik hoop binnenkort toch leukere oorden of bezigheden op te kunnen zoeken en daar dan mijn volgende blog mee te vullen! Tot snel,

Liefs

Lindsey

Writing a book

WRITING A BOOK (2015)

(c)Tom Brinckman
(c)Tom Brinckman

I looked at a lot of ‘spare’ time because running and competition weren’t an option, I was graduated, but I couldn’t do my job because of the nerve and muscle pain, so I decided to write a book about my experiences. I wanted to help other people with my story. No good-news-show, but also no bad-news show. The reality. My reality. And in this world, there often is a lack about that. Everything must be great, brilliant, or bad. Normal isn’t good enough. And people with cancer has to be hero’s! Everything has to be fine! No bad days, only hope and believe everything will be okay! “You have cancer? Then you will die soon, or you will get cured.” “And getting cured means, living ‘normal’ again. Doing everything what the society expects you to do. No signs of ‘weakness’.”

You aren’t bald? You aren’t swollen? And you don’t have to lie in the hospital? Oh, so everything is fine then? Because you ‘look’ that way! You are bald? Oh, then you really are serious sick, and your end is coming.

No, people and situations doesn’t belong in cabinets! Things aren’t black are white. There is a whole color palette out there in the world! Nice and bright colors, and also darker and sober ones. And that’s okay. Things doesn’t have to be fine all the time! Some days are just really shitty! And that doesn’t make you weak. That makes you human.

As long as the hope transcend the despair, as long as the love outdo hate, as long as help is stronger then jealousy, people will get through, together. Going our way together. Not running away from each other. Knowing that bad things happen, but trusting the good things are more powerful. Realizing there are always solutions. And hope is always there, even when it’s just around the corner, so you aren’t able to see it.

There are a lot of situations were people are feeling so lonely. At the same time, every single people, can be a solution for that. Every small act, can mean a big step in someone’s life. Writing my book, begin honest about my deepest emotions, describing how destroying some experiences and events were, was like siting on an emotional rollercoaster. But feeling and going through all the wonderful things that came along, are also magical to realize. ‘Thanks to my cancer’, I learn to enjoy the small things in life. I make time for what and who really matters. I realize some things aren’t self-evident or logical. And I’m grateful for the good things in life. It just makes me sad, I didn’t saw that earlier. When I had the energy to handle it to the fullest.

Believe me, when someone is standing on my toe, by coincidence, or when I’m soaking wet after the rain, I’m also mocking. But the difference is, after a minute or so, I’m laughing with it. There really are worse things in life. Relativize, enjoy life, before it’s too late. It is a cliché, and normally, I’m diametrically opposed to clichés, but let’s make one exception. Just one;-). And just no, in fact, it’s never too late.

Although my cancer thwarted a lot of my dreams and goals, I believe there is an other way to reach them. And even when the endpoint would be changed, I’m sure other dreams and goals, maybe even more beautiful ones, will come on our way. As long as we keep believing and keep trying, at the end, it will be all worth it.

Sometimes it isn’t reasonable way some things happen. But I’m sure it has a goal. Although I would cover-boek1like to know them, so I would be less often pissed off, when something works out completely different.

I really hope my book: Running away isn’t an option (But then in Dutch: Weglopen is geen optie, Lannoo EAN 9789401424684) reaches a lot of people. Not only sick people. Not only people with cancer. I hope every single people who’s reading it have something about it. And I secretly believe it does! Not running away from sick people, not running away from troubles, or difficult things in life, not running away from other people or even yourself, but instead: helping each other, join forces, being their for one another and finding solutions for every obstacle, because solutions does exists! In Belgium, there is already a third print, but there isn’t an English version (yet). Maybe in the future…We will see!

Lots of love,

Lindsey