No beauty shines brighter, than that of a good heart!

M’n laatste controle in het ziekenhuis, was er niet meteen eentje om over naar huis te schrijven. Maar misschien wel eentje om terug een stukje van m’n blog mee te vullen. De vermoeidheid en mijn verstoord centraal zenuwstelsel, blijven m’n geduchte tegenstanders. De kanker ook. Helaas. De medicatie, momenteel niet. Maar daar blijft het dan ook bij. Al besef ik maar al te goed dat dit gegeven ook veel sneller dan me lief is, kan veranderen.Elke controle worstel ik met het dilemma. Ga ik in detail over hoe en wat ik voel of hou ik het bij een korte, ja cva wel, alles zowat hetzelfde. Met andere woorden, maak ik er me snel van af, of probeer ik met handen en voeten uit te leggen hoe het voelt om mezelf te voelen ‘leeglopen’ van energie, in een tijdspanne die sneller verloopt dan ik ’s morgens besteed tussen uit het bed klauteren en m’n loopkleren aantrekken en gaan lopen, met daartussen ontbijten en tanden poetsen. Diegenen die me dan tegenkomen zullen wel doorhebben dat dit niet veel tijd in beslag neemt, voor de anderen… laat ons zeggen dat we het hebben over pakweg 10 minuten. 10 minuten, tussen ietwat ok rechtop staan, en draaien als een tol. 10 minuten om alle energie, coördinatie, communicatievermogen en kracht, te voelen wegsijpelen. 10 minuten om te proberen uit het sociaal gebeuren weg te geraken, zodat ik niet opnieuw té asociaal zou overkomen. Maar dat laatste is tegenwoordig geen probleem, aangezien ik nog altijd het merendeel van m’n dagen spendeer als holbewoner en dus momenteel ‘gewoon’ moet maken dat ik me in die 10 minuten begeef naar de plaats waar ik de rest van de dag ‘wens’ door te brengen, met de ‘attributen’ die ik nodig heb. Lees: meestal m’n zetel, een fles water, m’n gsm en het dichtdoen van de gordijnen. Als ik zou kunnen, zou er ook nog een toilet naast me gezet worden en that’s it. En dit is dan 1 aspect, van een verstoord centraal zenuwstelsel. Los van het gevoel een levend speldenkussen te zijn, los van de ‘akward’ momenten wanneer je tijdens een gesprek helemaal niet meer weet waar het 3 seconden geleden over ging, los van de stabiliteit van een lompe olifant die probeert koorddanser te worden en ook los van je een fractie van een seconde in de beginfase van een hartinfact te voelen, wanneer er een plots fel lawaai of lichtinval je zintuigen passeert. Los daarvan, en los van zoveel meer. Meestal, laat ik m’n handen en voeten rusten en ga ik de uitleg niet aan. Meestal, zinkt de moed me nog voor ik moet starten in de schoenen. Meestal…En soms, heel soms, los ik toch hier en daar een poging tot verwoording. Een poging, om m’n sprankeltje hoop weer wat meer vuur te geven.

Antwoord van de prof: of ik voor m’n ziekte ook al zo hoog gevoelig was? Je bedoelt of ik me ook een levende sputterende elektriciteitskast voelde toen? Of ik me niet het B, of C merk van batterijen voelde toen, maar zelfs het Z-merk? Meteen leeglopend, niet veel mee aan te vangen? Of ik ook de sociale vaardigheden verkoos van een slapende peuter, om toch maar niet in vreemde situaties te komen als het m’n zenuwstelsel, letterlijk te veel werd? Nee dokter, dat had ik voordien niet. Geen extra vuur aan m’n sprankeltje hoop dus. Heel even zelfs geen sprankeltje meer. Ik moest denken aan de woorden van de chronische pijndokter uit het programma Topdokters. ‘Beeld je in, dat het alarmsysteem van je huis prima werkt. Alleen, gaat het systeem af bij de minste mug of vlieg die in het huis rondvliegt, dat is chronische pijn’. Ik voel me soms alsof m’n lichaam een groot gigantisch kasteel is, met ontelbare ruimtes en plaatsen. En elk van die plaatsen perfect beveiligd door zo’n geweldig alarmsysteem. Ik besef maar al te goed dat zo’n alarmsysteem nodig is en belangrijk zelfs! Maar helaas is het een kasteel met ook ontelbare zwermen muggen, vliegen en zoveel insecten als je je maar kunt inbeelden. Die elk op zich alle alarmen kunnen laten gaan. De ene keer 1 ruimte, de andere keer een andere. En als het allemaal echt even tegenzit ook nog het hoofdalarmsysteem, dat alles ontregelt en de dagen erop gereset moet worden. Muggen en vliegen, die het alarmsysteem met het effect van verpletterende olifanten in werking zetten. Olifanten die tegen alle muren, hoeken en meubels van elke kamer opboksen, om toch maar zeker te zijn dat we allemaal merken dat het kasteel in ‘gevaar’ is. Dus neen dokter, dat had ik voor m’n ziekte niet. En voor m’n ziekte zou ik zelfs nooit kunnen verzinnen, dat zoiets bestond. Laat staan dat ik het zou kunnen uitleggen, want ik kan het nu al amper.

Het pijnlijke is, dat ik vaak merk dat ik de behoefte voel om aan anderen uit te proberen leggen hoe zoiets voelt. Dit omdat ik merk dat zoiets moeilijk te vatten is, en vaak ook niet te zien is. Ik kan het niet kwalijk nemen, want het is ook moeilijk te vatten. Maar diegenen die me echt kennen, zien het wel. En zij trekken gelukkig m’n vermoeidheid en pijn nooit in twijfel, want nog erger dan die vermoeidheid en pijn, is de pijn van onbegrip en ongeloof. Het gevoel van nog eenzamer te staan, dan je je al zo vaak voelt. Dat gevoel, gaat door merg en been, en ik kan het spreekwoord echt wel ten gronde gebruiken, want om even m’n galgenhumor boven te halen, ik weet ook hoe een naald door merg en been voelt;-).

De laatste tijd heb ik het steeds moeilijker met de enorm harde wereld. Gelukkig niet overal. Gelukkig niet altijd. Maar toch veel te veel aanwezig. Mensen veroordelen elkaar zonder verpinken, spuwen hun gal op wie het hen uitkomt, gebruiken hun jaloezie en afgunst om anderen de dieperik in te duwen, en zoeken vaak de schuld buiten zichzelf, zolang de hand maar niet in eigen boezem moet. En dit alles dan nog vaak met de volle overtuiging dat ze hiermee de ‘goeden’ zijn. Maar hoe kan je nu goed doen, door andermans rekening te maken? Door te oordelen over situaties waar je helemaal niets van afweet? Door anderen de dieperik in te duwen, met de overtuiging dat je daardoor zelf hoger komt te staan? Je komt niet hoger te staan, want de negativiteit werkt als drijfzand en slorpt je steeds meer en meer op, tot je helemaal geen licht meer kunt zien, geen liefde meer kunt voelen. We gedragen ons allemaal soms veel te veel als die stampende olifanten in het alarmsysteem. Geactiveerd door iets kleins, een mug, een vlieg, of misschien zelfs gewoon een waas van iets wat niet is. Maar wel met veel te grote reacties tot gevolg. Het activeren van een alarmsysteem aan negativiteit, koelheid en neerbuigendheid. Denkend dat je het kasteel beschermt, als superieure olifant. Maar niet beseffend dat wij, de olifanten, net het kasteel in brokken aan het slaan zijn, tot er niets meer overblijft. Niet beseffend, dat we helemaal niet superieur zijn. We hebben een alarmsysteem nodig. We mogen geactiveerd worden als het op onze medemens aankomt. Maar niet met negativiteit en afgunst. Wel met liefde en steun en kracht. Om onze dierbaren terecht te beschermen. Om onszelf terecht te beschermen. Maar niet om anderen onterecht aan te vallen. En dan nog is het niet aan ons om te beslissen wat terecht of onterecht is…

Het leven kan heel veel pijn en verdriet met zich mee brengen. Soms een aaneenschakeling van. Soms met zo een diepgang en intensiteit dat velen er nog geen glimp van hebben gezien of het zelfs niet kunnen beseffen. Gelukkig maar. Ik hoop dat we iets meer vlinders mogen zien, die het alarmsysteem niet activeren. Maar dat we tegelijk zelf ook minder olifant mogen zijn, niet klaar staand om anderen te verpletteren. Maar tegelijk, hoop ik dat we ook een ander alarmsysteem mogen creëren en activeren. Eentje waardoor we ons steeds meer alert mogen zijn, mogen voelen en zien, wat de noden van de mens zijn. Namelijk liefde, steun en geborgenheid. En dit ook mogen geven, oprecht en diepgaand.

Alarmsystemen mét een geheugen, zodat we zien wat onze reacties teweeg brengen. Tenminste, als we dit durven te zien. Zo zullen we ons ook herinneren waarom we geen olifanten wensen te zijn. Door uit het verleden te leren, geloof ik er in dat ons alarmsysteem zal blijven kiezen om zoveel mogelijk vlinders te zien. Maar ook, om de vliegen en muggen te zien. Hoeveel zwermen en soorten ook. Maar dat het deze keer zal beseffen, dat vliegen en muggen ook overwaaien, zonder als olifant te werk te gaan. Dat het zal beseffen, dat het kasteel op deze manier beter stand houdt, en geen hoopje puin wordt waar steeds minder van overblijft. Een kasteel, waar mooie herinneringen in kunnen gemaakt worden. Waar iedereen zo vredig mogelijk zijn of haar thuis gevonden heeft. Zowel olifant, als insect, van welke soort ook. Zodat ook het intens verdriet, en die intense pijn, een rustige plaats in het kasteel kan krijgen. Want hoe je het ook draait of keert, het zal altijd het meest onrustige kamertje van het gebouw blijven.

Liefs,

Lindsey

One thought on “No beauty shines brighter, than that of a good heart!”

  1. Zo onwezenlijk hard om dit alles te doorstaan Lindsey. Jouw spelen met woorden om jouw gevoelens te proberen uit te drukken zijn van een heel hoog gehalte. Als dat maar een beetje kon bijdragen om jouw onnoemlijke pijn te verzachten.
    Sterke,héél sterke meid.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *