Category Archives: Zomer&Winter ’17-’18

Zomer ’17

Faith is seeing light with your heart, when all your eyes see is darkness

De reden waarom ik hier lang niets meer gepost heb, is omdat ik momenteel het gevoel heb dat m’n leven een puinhoop is, en ik ook helemaal geen behoefte of kracht heb en voel om hierover te communiceren. Maar om anderen een hart onder de riem te steken, hoort ook deze update erbij. De ene moment heb ik een dag waarop ik bovenop m’n puinhoop sta, zodat ik hier en daar wel wat kan sorteren en ordenen. Maar tegelijk niet weet, hoe ik in Godsnaam naar beneden kan komen. De andere dag, laat ons zeggen 99 % van de dagen, lig ik gewoon onder m’n puinhoop, bedolven onder alle ballast en zorgen. Zelfs geen licht meer zichtbaar, dus ook geen uitgang vindbaar. En heel af en toe, sta ik op een eindje verwijderd van m’n puinhoop. Zodat ik een klein beetje een overzicht heb over wat de berg juist inhoudt, en hoe ik de puin kan verwijderen, en de hoop kan overhouden. Maar de berg is zo hoog, dat ook dit niet zo’n fameuze uitvalshoek is.

Het is de laatste maanden toch vooral de hoop die frequent wegzakt, en vooral het woordje puin die ik in elk vezeltje voel. Hoop op een leven met ietsiepietsie minder zorgen, in de letterlijke en figuurlijke zin van het woord. Hoop op zoveel, maar eigenlijk ook zo ‘weinig’. Simpel, rustig en evenwichtig.

Voor de buitenwereld, heb ik misschien minder reden om puin te zien, voelen, ruiken, horen en ervaren. M’n kanker is al geruime tijd stabiel. Nog steeds aanwezig, KAK! Maar toch minimaal wetende van waar het komt. Dit maakt dat er ergens speling is om met de behandeling veranderingen door te voeren. Een buitenstaander zou er misschien gelukkig van worden. En ik wou dat ik dat ook was, maar eerlijk, dat ben ik niet. Dankbaar dat de kanker stabiel is, dat wel. Dankbaar dat we kunnen ‘spelen’ met de behandeling, dat ook. Maar soms kom je op een punt, waar je zo naar uit gekeken hebt. En blijkt dat punt eigenlijk het begin te zijn van een nieuwe lange zware weg. Weliswaar een punt, maar eindpunt en beginpunt in een. Met daarbij nieuwe (gezondheid)obstakels die opduiken, en ‘oude’ die niet willen wijken.

En dan wordt de puinhoop soms te groot. En vooral te drukkend de dagen dat ik er onder lig. Zo komt er weinig gelukkig gevoel aan te pas, de laatste tijd. Maar vooral zorgen. Geen pietluttelige zorgen, maar diepgewortelde levensvragen en zelfreflectie. Piekeren en wroeten. En deze cirkel, ontelbare keren per dag afgaan. Ongewild, helaas wel dominant. De dagen gaan voorbij, en worden weken, maanden en jaren. Sommigen zeggen dat pijn en vermoeidheid misschien wel went, maar eerlijk, dat doet het nooit. Je leert er mee omgaan, dat wel. Je leert creatief zijn met je energie. Vindingrijk om de fysieke en emotionele pijn zo weinig mogelijk te voelen. Althans, op de betere dagen.

Op de slechte dagen, wil je gewoon liever een dag overslaan. In je bed liggen en de dag overslaan. Ze overslaan, maar je tegelijk dood ergeren aan jezelf dat je ze wilt overslaan. Want… Er zijn er helaas genoeg die deze dag, goed of slecht, maar al te graag zouden willen leven, maar niet meer kunnen. Naarmate de kanker daalde, werden m’n puinhoop en ballast groter, althans, dat gevoel heb ik nu toch.

Percé willen doorgaan met je leven, eruit halen wat eruit te halen valt. En ook tonen, vooral aan jezelf, dat niet alles hoeft stil te staan. Dat je ook kunt progressie maken. Dat je wel een leven kunt uitbouwen. Een soort overlevingsmodus, maar dan heel langgerekt. Zo graag willen leven, maar eigenlijk niet meer weten wat echt leven is. Zo graag gelukkig willen zijn, dat je op termijn ook echt gelooft dat je gelukkig bent. Helaas is het een illusie, en volgt vroeg of laat de desillusie.

Zoveel voelen wat je niet wilt voelen. En zoveel niet voelen, wat je wel wilt voelen. En hoe meer fysieke en emotionele pijn dit met zich meebrengt, hoe beter je de knop van automatische piloot weet zitten. Tot ook dat een automatisme wordt, en je ze niet meer af krijgt. Lachen naar de buitenwereld, maar vaak wegkwijnen en worstelen met jezelf binnenin. Mensen rondom je willen helpen, maar eigenlijk vooral nood hebben om zelf geholpen te worden.

Worstelen tussen dankbaarheid voor vele kleine en soms grootse dingen enerzijds, maar ook diepgewortelde frustratie, eenzaamheid en verdriet anderzijds. Dankbaar voor wat je allemaal wél nog meemaakt. Maar het worstelen met het loslaten van wat je niet meer kan meemaken. En daarbovenop nog worstelen, omdat je jezelf ondankbaar vindt dat je ermee worstelt. Om uiteindelijk dus zoveel jaar later, na heel wat hard knokken en daar nog mee bezig te zijn, uitgeteld bovenop, of onder je puinhoop te liggen. Niet weten waar te beginnen om deze op te ruimen. Niet weten of je alles kunt opruimen. Of er de moed en tijd voor hebt of zult krijgen.

Er zijn zo momenten in je leven, waarop je denkt dat je perfect weet wat je wilt. En dat je ook perfect weet dat de toekomst dit zal brengen. Zo’n moment had ik rond m’n diagnose van kanker, 6 jaar geleden. Maar na de diagnose is dat noodgedwongen een grote waas geworden.

En nu, weet ik niet meer wat ik wil. Wat ik weet. Ik weet zelf niet meer wat ik toen wou. Ik weet alleen dat ik me ergens op, rond en in een puinhoop bevind. En het noorden even zoek is. En dat de enige manier om er doorheen te komen, er ook doorheen spartelen is. En dat is moeilijk. Moeilijk maar niet onmogelijk.

En zelf onder de grootste berg, is er altijd wel een spietje licht zichtbaar. Zowel van de zon overdag, als van de sterren ’s nachts. Het besef, dat je er nooit alleen voor staat, en er altijd een houvast te vinden valt. Al moet ik toegeven dat ik dat besef heel hard moet zoeken momenteel.

Dus ik zal de komende periode te vertoeven zijn onder, op en naast m’n puinhoop. Hard wroetelen, heel wat emoties doorspartelen, om uiteindelijk wel de hoop over te houden! Hoe eenzaam en hard het nu ook aanvoelt voor me, ik ben dankbaar voor iedereen en alles die me hierbij helpt!

Liefs,

Lindsey

6 jaar is lang, maar ik geloof dat het elke dag opnieuw positief draaien kan!

Liefste zelf,

Ik heb me de laatste 6 jaar eigenlijk zelden tot jou gericht… De afstand met wat ik wilde was te groot, de afstand met m’n ziekte werd op die manier te dicht.

En ik weet het, 6 jaar is lang. De ziekte, de nevenwerkingen, het maakt me echt zo vaak bang.

Soms leek het met momenten een verademing om me buiten mezelf te plaatsen. Om het voelen van de realiteit, de pijn en harde confrontaties even van me weg te kaatsen.

Op een of andere manier handig. Maar.. ik besef nu wel, het was allerminst verstandig!

Gevoelens en gedachten van frustratie, boosheid en teleurstelling, deze kreeg je daarentegen vaak naar je toe gesmeten. Waardoor het met momenten wel de beste optie leek, dat we conversaties effectief vermeden.

Maar… hoe kan ik nu eigenlijk boos zijn op jou… want ik besef dat je eigenlijk zielsveel van me hou.

Als geen ander gooi je je keer op keer in de strijd. Ondanks al m’n frustraties, ondanks elk verwijt.

Als ik je smeekte nog harder te proberen, Deed je alles om je te verweren.

Verweren tegen de kanker in jezelf. Verweren tegen de zondvloed aan medicatie waardoor je telkens bent bedelft. (Bedolven, I know ;))

Hoe ondankbaar ik ook tegen je deed, met amper een boodschap dat het me speet,

Je bleef me boven water houden, je bleef ervoor gaan. Eigenlijk besef ik nu, je bent m’n trouwste kompaan.

Je bleef zoeken naar de juiste balans tussen je lichaam, geest en ziel. Een stevig blok zodat de kanker je nooit vernielt.

Je bleef signalen naar me sturen. Vol geduld, minuten, dagen, uren.

Sprankeltjes van hoop en licht, omdat je blijft geloven, er komt een dag dat die kanker zwicht.

Ik zou kunnen zeggen, had ik maar vroeger naar je geluisterd. Dan zat ik misschien op een slechte dag minder gefrustreerd in m’n bed gekluisterd.

Dan had ik mezelf de afgelopen jaren misschien minder verloren. Dan voelde ik me misschien met momenten minder bevroren.

Maar in het verleden leven heeft geen enkele nut! Ik kan betere dingen doen met elk beetje fut!

Maar, liefste zelf, ik wil me toch even echt tot je richten.  En je even op een welverdiende positieve manier belichten.

Eigenlijk wil ik je vooral zeggen dat ik je dankbaar ben. Dit ganse proces maakt dat ik je steeds beter ken.

En hoe moeilijk dat proces ook is, ik weet en voel diep vanbinnen, je hebt het nooit mis!

Bedankt om de hoop in jezelf nooit op te geven! Bedankt dat we hierdoor samen hopelijk nog zoveel mogen beleven!

Bedankt voor het bewijs dat liefde en hoop zoveel mogelijk maken! Bedankt dat je ondanks de dips, altijd koos voor kracht en moed, en nooit echte wilde afhaken!

Liefste zelf, Ik hoop dat we nog een lange en mooie levensweg te gaan hebben samen! En dat we op het eind van de rit kunnen zeggen dat we echt wel overeenkwamen!

Ik kan je niet beloven dat ik nooit meer op je zal sakkeren. Waarschijnlijk zit ik morgen alweer op je te jakkeren.

Maar bij deze hoop ik dat je wel onthoudt,  we laten elkaar nooit in de kou!

Ik hou van je en koester je enorm! En besef, samen doorstaan we elke storm!

En ik weet, 6 jaar is al lang. Maar ik geloof dat het elke dag opnieuw positief draaien kan…

Liefste zelf, liefste ik, liefste wij… We zijn allemaal een… want liefste jij… jij bent mij…

The bird who dares to fall, is the bird who learns to fly…

Hallo iedereen,

Alweer een tijdje geleden dat er hier een update kwam… De reden is dat ik soms zo worstel met alles wat gaande is, dat ik niet altijd de energie vind om het ook nog eens zwart wit op papier te zien staan, laat staan zelf te typen. Maar anderzijds is die confrontatie wel nodig om het touw te ontrafelen. Het touw dat zich in m’n hoofd alleen maar meer laat vernestelen. Er zijn zoveel redenen om die warboel voor mezelf te houden. Zoveel argumenten die veel sterker lijken dan het stemmetje in m’n hoofd. Het stemmetje dat probeert de bovenhand te halen en duidelijk te maken, dat we niet voor niets met zoveel mensen op deze wereld zijn. Dat we er zijn om elkaar te helpen. Dat je er niet alleen voor hoeft te staan. Hoe sterk je zelf ook wilt zijn. Dat je mond open doen, geen teken van zwakte is… En toch is er maar al te vaak een luid geruis dat dit stemmetje overheerst. Angst en schrik. Schrik om je dierbaren te belasten. Schrik om mensen te kwetsen. Schrik dat mensen je niet zullen begrijpen. Schrik dat als je het uitspreekt, het dan nog veel echter is, en soms ook erger… Schrik voor de zoektocht naar een oplossing. Schrik. Voor zoveel. Zo intens. Schrik… Verlammender dan dit, is moeilijk te vinden. En laat het net bewegen zijn wat ik wil. Vooruitgaan. Progressie. Vrijheid. Geen dwangbuis. Niet in m’n hoofd. Niet in m’n lichaam.

Emotioneel én fysiek, bevind ik me quasi continu op een rollercoaster. En dit al jaren aan een stuk. Eentje waar pretparken ongetwijfeld jaloers op zouden zijn. Maar ik niet. Totaal niet. Het is uitputtend. En telkens ik denk om m’n bagage even van m’n schouders te halen, zet ik die soms zonder dat ik het besef knal op de weg die ik aan het gaan ben. Telkens ik denk dat ik iets uit m’n bagage kan halen, achterwege laten, wegsmijten, kom ik het vaak niet veel later gewoon weer tegen. Op diezelfde weg. Het lijkt alsof er geen ontkomen aan is, welke methode ik ook probeer. M’n bagage is m’n verleden, maar het blijkt ook zo vaak m’n heden en toekomst. Dus ik weet dat ik er mee moet leren omgaan. Omgaan met die bagage. Omgaan met het gewicht. Alleen is de vraag hoe? Hoe kan ik die bagage omvormen, verdelen, opsplitsen? Hoe kan ik die bagage omvormen tot een verrijking, in plaats van een verstikking. En het is waarschijnlijk net het antwoord op die vraag, wat het leven net zinvol en waardevol maakt.

Soms probeer ik ook te hard gelukkig te zijn. Omdat ik denk dat het zo zinloos is om het niet te zijn. Zo jammer ook. Zo erg. Omdat ik er te veel mensen ken, die er al lang niet meer zijn. Helaas…In onze maatschappij lijkt dit ook vaak het grootste goed. Gelukkig zijn… Maar wie is echt gelukkig… Wat is ‘zijn’ in die zin. Hoe lang duurt zoiets ? Want het voelt soms als een vlinder, zo dichtbij dat je diens vleugelslag quasi tegen je huid voelt, maar net als je die wilt grijpen, is hij alweer verder gefladderd. Als gelukkig zijn, die vlinder grijpen is. Dan ben je het inderdaad nooit.

Maar als gelukkig zijn, beseffen is dat er miljoenen vlinders rondvliegen, wiens vleugels je af en toe in vervoering brengen, voldoende om het te koesteren en je verder te begeven op je pad, wetende dat er nog vlinders rondom je zijn, ontelbare…. Dan ben je het quasi continu. Ook al voelt het niet als de aanraking zelf. Maar is dat nodig? Zou het mogelijk zijn dat je dan zelfs merkt dat motten, die in eerste instantie veel lelijker zijn dan de kleurrijke vlinders…. je ook kunnen raken met hun vleugels, en dat dit helemaal niet akelig hoeft te zijn. Dat ze je ook in vervoering kunnen brengen. Dat ze van dichtbij ook heel prachtig zijn, op hun eigen unieke manier.

Wat is gelukkig zijn? Wat houdt het in? En hoe dicht leunt het aan bij ongelukkig zijn, als we er echt naar op zoek gaan? Ik zou er heel graag op willen vertrouwen dat die vlinders sowieso op m’n pad zijn en zullen blijven komen, welke weg ik ook insla. Dat die vleugelslagen de schrik en angst doen weg ebben, ook al is het enkel de vleugelslag. Dat ik daardoor besef dat het net in de vrijheid van de fladderende vlinders is, dat de vervoering van hun vleugels me kunnen raken.

Gelukkig helpt de natuur ons vaak ook een handje. Na donkere periodes komt altijd klaarheid. Helderheid. Nacht en dag. Winter en zomer. Laat het zonnetje nu net aan kracht winnen, laat de lente nu net in het land zijn. Laat ons nu net meer daglicht hebben, waardoor we de vlinders ook veel meer kunnen zien! En door het te zien, zal ook het besef wel komen dat alles z’n reden heeft, ieder z’n weg te gaan heeft en de vlinders altijd en overal zullen blijven fladderen.
Liefs,

Lindsey