Category Archives: Nieuwste update

Healing doesn’t mean the damage doesn’t exist. It means you are trying that it no longer controls your life!

Alweer even geleden dat ik hier nog iets neerschreef! Teksten komen vaak in me op, maar de woorden stokken, wanneer ze onderweg zijn om langs m’n vingertoppen neer getypt te worden. Stokken, in de vingers, maar vooral in de keel wanneer ze m’n hoofd doorkruisen.

Je denkt soms, althans, je hoopt soms, dat je op een bepaald moment het ‘ergste’ wel achter de rug hebt. Dat er een moment komt waarop je niet dieper kunt zitten. Waarop het omhoog klauteren wel uitputtend is, maar niet afgewisseld wordt met terug naar beneden tuimelen. Dat je hoogstens even aan een klif moet uitblazen, om daarna weer omhoog te gaan. Uitputtend. Zwaar. Maar hoopgevend. Tot op het punt dat je denkt een stevige rots gevonden te hebben, waar je even langer kunt uitrusten op weg naar boven. Want de tocht is nog lang. En hard. Een puntige, harde rots, maar je zoekt en zoekt tot je een plekje gevonden hebt waar je je in kan vinden om rust te zoeken. En hopelijk echt te vinden.

Tot net die grote rots begint te wankelen en vallen, en je niet alleen meesleurt, maar ook wilt verpletteren. Verpletterd, door die grote rots, en de kleine rotsen die het met zich meesleurt. Wat je dacht je houvast te zijn, wordt op die moment in enkele seconden tijd net hetgeen waarvoor je moet vluchten met alles wat je hebt, om jezelf veilig te stellen. En die tocht is opnieuw lang, en neerwaarts. Waarbij je soms denkt, wat heeft het voor zin? Kan ik me niet beter laten verpletteren? Is het daarna niet allemaal voorbij? Je vlucht steeds dieper, tot op plaatsen en donkere ruimtes waarbij je ze niet voor mogelijk achtte. Je komt plaatsen tegen waar je 7,5 jaar lang bent proberen uit te klauteren. Je ziet ze anders, maar ze blijven even angstig. Angstiger zelf. En je komt dieper dan ooit tevoren. Zo diep, dat zonlicht niet meer zichtbaar is. En zo benauwd, omdat de rotsen je overal dreigen te omklemmen. Je beseft, het ‘ergste’ is niet voorbij, als het al ooit voorbij zal zijn. En voor het eerst, hoe enorm je ook een hekel hebt aan al dat hokjes denken, wil je tot een hokje behoren. Al is het maar om ergens bij te horen. Om je door iets of iemand begrepen te voelen. Gesteund te voelen. En je niet meer zo verdomd eenzaam te voelen. Daar diep, beneden, omsloten, gevangen, bedreigd.

Niet jong genoeg, niet oud genoeg. Niet ziek genoeg, niet gezond genoeg. Geen behandeling genoeg, maar toch teveel en te zwaar. Te fit, niet fit genoeg. Snel lopen, niet snel genoeg. Sterk, niet sterk genoeg. Niet alleen, maar toch te veel alleen. Alles een beetje, maar niet genoeg. En de maatschappij beoordeelt op ‘genoeg’. Op het hokje. En hokjes zijn vreselijk. Bekrompen. Kortzichtig. Maar wel ‘veilig’. Minder eenzaam. Soms toch.

Wanneer je in het hokje gezond zit, besef je het vaak niet. En wanneer je in het vakje ongezond zit omdat je kanker krijgt, wil je er zo snel mogelijk terug uit. Niet beseffende wat de grijze zone ertussen is. En hoe groot die is. En hoe lang die is.

Wanneer je in behandeling bent, kan je enkel maar denken om te mogen stoppen met de behandeling. Niet wetende hoe het erna voelt en is. Niet wetende hoe de onzekerheid er in hakt. Niet wetende hoe de kortzichtigheid van de maatschappij erop weegt. Niet wetende wat je moet doen met de pijn en vermoeidheid wanneer je niet meer het vooruitzicht hebt om te stoppen met de behandeling, omdat je er al mee bent gestopt, maar geen oplossingen vindt om je beter te voelen. Eindelijk. Even. Al is het maar voor heel even.

Als student, droom je van het werkleven. Als topsport-student, van het topsporter zijn. Niet wetende dat er ook mensen zijn die niet in het werkleven kunnen stappen, hoe graag ze ook willen. Niet wetende dat er daar geen vangnet voor bestaat. Want immers, voor wat, hoort wat. Je moet eerst bijdragen aan de maatschappij, remember. En dit kan uiteraard enkel door te werken in de cliché-zin van het woord. Om maar een van de oooooh zo vele voorbeelden te geven die op je pad kunnen komen.

Als je leven voor de eerste keer instort, weet je niet wat je te wachten staat. Je weet niet dat de lawine keien en rotsen op je af blijft vuren als een vulkaan op z’n hoogtepunt van de uitbarsting. Je weet niet dat de aswolk zo heftig wordt dat je met momenten het licht niet meer ziet. Je weet niet dat je dreigt te verdrinken en verbranden in de lava. Gelukkig maar. En je weet ook niet, dat je leven meerdere keren kan instorten. Nog dieper, nog heftiger dan voorheen. Waarbij de eerste vulkaanuitbarsting plots maar een waarschuwingsteken blijkt te zijn. De tweede is zoveel heftiger, zoveel krachtiger. En zonlicht, zie je al lang niet meer.

Het leven is een lange zoektocht. Zoeken naar evenwicht. Naar vasthouden en loslaten. Naar inspannen en ontspannen. Naar vechten, en berusten. Zoeken. Om niet alleen op weg te moeten. Zoeken. Naar anderen. Maar vooral naar jezelf. Een zoektocht waarbij je jezelf meer verliest, dan ook echt vindt. Beangstigend. Eenzaam. Hard.

Met het nieuwe jaar dat eraan komt, is een terugblik vaak een spontane gebeurtenis. En een voorzichtige vooruitblik misschien ook. Heel voorzichtig dan toch. 2011 was het jaar van mooie hoogtes met onder andere m’n Belgisch Record en 6e plaats op het EK, maar vooral extreme laagtes waarbij m’n diagnose van kanker de kroon spant. 2012 staat voor een fysieke pijn die ik nooit voor mogelijk achtte met een complete neurotoxische reactie waarvan ik nog steeds hevige naweeën heb. 2013 voor alweer een nieuwe behandelmethode en andere dosissen. Idem voor 2014 en 2015. Telkens met enorme nevenwerkingen, maar ondertussen toch ook afstuderen als master kiné. In 2016 ontdekten ze knobbels op m’n schildklier, die nu nog goedaardig zijn, maar kwaadaardig kunnen worden en blijven groeien. In 2017 moesten m’n amandelen er bijna aan geloven door een extreme bacteriële infectie, waardoor ik nu nog steeds quasi dagelijks keelpijn heb. In 2017 kwamen er terug frequent migraine aanvallen bij. En vanaf half 2017 tot en met 2018 heb ik meer geweend, dan geslapen. Me meer opgesloten, dan buitenlucht gezien. En mentaal meer moeten vechten dan ik ooit voor mogelijk hield. Obstakel, na obstakel. Maar gelukkig ook nog steeds die onverwoestbare rotsen in de branding die me omringen. Rotsen, weinig, en steeds minder. Maar zo puur en echt. Rotsen die nooit zullen rollen. Die nooit een lawine zullen creëren, tenzij om de weg voor mij te effenen. Maar nooit met als doel me te verpletteren.

Het waren harde jaren. En ik heb niet meer de hoop dat dit niet meer zal gebeuren. Dat het niet erger kan. Maar ik blijf wel de hoop hebben, dat ik er telkens wel weer door kom. Omdat ik weet, uit ervaring, dat wij mensen, zoveel sterker zijn dan we denken. Omdat ik weet, uit ervaring, dat wij mensen, er nooit alleen voor staan. Hoe eenzaam en donker het ook is! En dat alles een doel heeft. Uiteindelijk.

Het is niet erg om het niet meer te zien zitten. Het is niet erg om fouten te maken. Het is niet erg te beseffen dat je niet perfect bent. Het is niet erg dat niet iedereen je leuk vindt. Het is niet erg om los te moeten laten. Het is niet erg om je verscheurd te voelen door pijn, fysiek en mentaal. Het is menselijk. En je overleeft het. Echt wel. Ook al duurt het soms veel te lang. Ook al doet het soms veel te veel pijn. Je overleeft het. Ooit. En hopelijk wordt het daarna weer leven! Dus wat 2019 ook brengt, voor iedereen, ik wens dat jullie altijd de hoop mogen voelen dat wat er ook op jullie pad komt, jullie erdoorheen komen. Dat jullie er niet alleen voor hoeven te staan. Dat jullie de kracht in jullie zelf mogen voelen! En als het even kan, dat de maatschappij wat menselijker en zachter mag worden. Voor iedereen.

Liefs,

Lindsey

 

 

Winnaars hebben (g)een plan

Winnaars hebben (g)een plan

Winnaars hebben een plan. Een zin die steeds meer mensen in de mond nemen. Een zin, waarvan ik elk woord al kotsend m’n mond laat verlaten.

Waarom moet onze wereld onderverdeeld worden in winnaars en verliezers? Wat maakt iemand die ergens ‘wint’, beter dan iemand anders? En waarom zouden enkel die mensen een plan hebben, waarbij de rest gedegradeerd wordt tot planloze, en bijgevolg in de ondertoon, hersenloze wezens. Maak een plan, en je zult winnen. Toch? Zo simpel?

Herinneren die mensen zich ook hoe vaak ze een plan hebben moeten herschrijven? Hoe vaak hun plan, letterlijk en figuurlijk in het water viel? Herinneren ze zich de momenten dat ze het er allemaal wilden smijten, en ook gesmeten hebben? En herinneren ze zich ook, de porties geluk die er vaak mee gemoeid waren, waardoor ze toch weer op de been geraakten?

Maakt het plan mensen tot winnaars? En wat is de definitie van een winnaar?

(c)Inge Kinnet

Is niet iedereen een winnaar? Op zijn/haar manier? Een moeder van 3 kinderen, dag en nacht in de weer. Een havenarbeider, door weer en wind. Een oma die kleren naait en herstelt voor gans de familie. Een leerkracht die 200 leerlingen moet temmen. Een zieke persoon, die probeert een genezing of oplossing te vinden. En inderdaad, ook topsporters die soms de eer hebben, van hun passie hun beroep te kunnen maken. Iedereen op zijn/haar niveau, succesvol en sterk in wat ze doen. Iedereen een winnaar. Maar veel liever, iedereen menselijk. Warm. Echt.

Heeft niet iedereen op zijn of haar manier een plan? Ook al is het plan, om elke dag, keer op keer, zien te overleven? Zich afvragend hoe ze deze dag terug zullen doorstaan. Fysiek. Emotioneel. Financieel. Zij komen niet in de pers. Zij komen niet op het hoogste schavotje te staan. Maar maakt hen dit minder een winnaar? Maakt hen dit een minder mooi persoon? Maakt dat hun verhaal minder belangrijk? Neen, integendeel.

Als je dag in dag uit, alles wat je hebt, op welk vlak ook, investeert om een volgende dag te bereiken, weliswaar in de schaduw van alles en iedereen, ben je dan een verliezer? Omdat het misschien niet altijd lukt? Omdat het doel moet bijgeschaafd worden? Omdat er geen tikkeltje geluk mee gebonden is? Omdat er geen vangnet is, om in te vallen?

Want vallen, doet iedereen. ‘Winnaars’ en ‘verliezers’. En wat bepaalt hoe vlot je terug kunt opstaan? Als je überhaupt al kan opstaan? Het plan? Opgemaakt door wie? Gefundeerd door wie? Of wat?

Om doelen te bereiken, van welke grootte ook, moet iedereen zich inzetten. Maar is een bepaalde bevolkingsgroep daar beter in dan anderen? Is het geen tijd om al die hokjes en kastjes uit elkaar te timmeren? In plaats van deze nagels nog harder vast te slaan?

Want deze nagels, doen pijn. Mensen op de ‘rand’ van zo’n hokje, blijven er aan hangen. Het laat letterlijk en figuurlijk wonden na. Hun inspanningen gaan verloren in de schaduw van grote uitspraken. Uitspraken, waarmee je alles verkocht krijgt. Woorden, die veel camoufleren. Maar kunnen we niet allemaal van elkaar leren? Zowel uit negatieve als positieve ervaringen? Hebben we niet allemaal een boodschap te vertellen? Elk op onze manier? Kunnen we niet allemaal voor een reden, naar elkaar opkijken? Hoe (on)bekend je in de maatschappij ook bent?

Is het niet al pijnlijk genoeg, als een plan niet blijkt te slagen, dat je daarbovenop nog eens tot de ‘verliezers’ wordt gedegradeerd? Doet dit iets af, aan het feit dat je dag in dag uit alles hebt gegeven? Ben je hierdoor plots minder waard? Of goed? Of sterk? Niet als je het mij vraagt.

Winnaars hebben geen plan. Neen. Mensen hebben een leven. Dat wel. En iedereen probeert op zijn of haar manier daar het beste van te maken. Met de kansen die ze krijgen, maar waar ieder op zich vooral hard voor moet knokken. Een leven, zonder kastjes, hokjes en klasseringen. Waarin iedereen doet wat hij/zij kan. Waarbij iedereen er het beste probeert van te maken. En bij sommigen gaat dit gepaard met veel aandacht, geld, roem. Bij anderen met worstelen en eenzaamheid. En bij heel velen, daar ergens tussenin.

Maar ieder van hen is geen winnaar of verliezer… Wel, een mens. Van vlees en bloed. Met elk op hun manier een plan. Maar vooral een leven.

Liefs,

Lindsey

7 Years

Liefste kanker (English version below)

Hier ben ik weer, klaar om m’n monoloogje af te steken. Zoveel te zeggen, toch zo weinig woorden…
Morgen kennen we elkaar 7 jaar. 7 jaar…vol met zoveel aaneenschakelingen van obstakels, worstelingen, ontgoochelingen, eenzaamheid, pijn en verdriet. Een volheid, die heel veel leegte achter laat.
Maar niet in m’n ziel. Dat sprankeltje, kan je niet raken. Nooit.
Dat sprankeltje, ziet gelukkig ook het goeds. Koestert de kostbare momenten. Is dankbaar, voor al het moois. Dat vonkje, geeft nooit op. En zeker niet de hoop!

We hebben al veel gestreden. Oeverloos lang, bodemloos diep. Soms won ik, soms won jij, maar eigenlijk was er nooit een winnaar. We hebben beiden veel verloren. Misschien te veel. Misschien ook niet.
Misschien is het daarom nu wel een staakt-het-vuren.
Jij houdt je koest, en ik lik m’n wonden. Geef me aub wat tijd. Ik heb het nodig.

Je hoeft geen schrik te hebben, vergeten zal ik je niet. Als jij er niet voor zorgt, zorgen de controles en blijvende schadelijke effecten van de behandeling er wel voor. Maar dat is ok zo. Ik wil je ook niet vergeten.
Ik ben deel van jou, en jij bent deel van mij.
Tot de dood ons zal scheiden. Dat heb ik ondertussen al door. Maar laat ook dat dan maar nog lang duren. Alleen… vechten tegen elkaar hoeft niet meer. Toch? Alsjeblieft…? Ik zou het wel doen, maar echt waar, liever niet…
Ik heb namelijk nog wat zaken op een rijtje te zetten. Puzzelstukjes te verzamelen. Brokstukken te lijmen. Dromen te vervullen. Doelen te bereiken. Mensen te helpen. M’n dierbaren en het leven te koesteren. En vooral ook, wonden te likken. Veel wonden. Oeverloos ver. Bodemloos diep. Ik ben soms zo moe. En zo leeg. Maar wees gerust, m’n ziel blijft vol. En sprankelend. Altijd.
Dus lieve kanker, hou je nog wat koest. Geef me nog wat tijd. Hoe langer, hoe liever. Vergeten zal ik je immers niet. Hoe zou ik kunnen.

Liefs, Lindsey

 

My dearest cancer,

Here I go again. Ready for a one on one converstation. So much to say, but yet so little words.

Tomorrow, it’s been 7 years since we first met. 7 years… full of sequences with obstacles, a lot of struggles and disillusionment, loneliness, pain and sadness. A fullness, leaving much emptiness behind…But not in my soul. That sparkle, detects the good in every single corner and at every little spot. That light, never gives up! And certaintly not on hope!

We fought already a lot. Endlessly long. Bottomless deep. Sometimes, I won. Sometimes, you did. But actually, there never was a real winner. We’ve both lost. A lot. Maybe too much. Maybe not. Maybe that’s why we’re in a ceasefire now. You are acting low profile. And I am licking my wounds.

Please, give me some time.I really need it!

Don’t be afraid, I will never forget you. Even if you wouldn’t take care of that, the check-ups and the remaining harmfull effects of the treatment would do so. But you know, that’s okay. I don’t wonna forget you.

I am part of you, and you are part of me. Untill death do us part. I’ve already realized that. But you know what, can we please wait with that too? Only… We don’t have to fight each other anymore, agree? Please? I really would if necessary, but really, I prefer not…

Because, I still have to figure things out. Put things straight again. Collect puzzle pieces and make it whole again.Fulfill dreams, reach goals, help other people. Cherish my beloved ones and my own life. And most of all, I have to lick my wounds. Many wounds. Endlessly long. Bottomless deep.

Sometimes, I am so so tired. So empty.  But don’t you worry. My soul is full. And sparkling. Always.

So, my dearest cancer. Please, back off a little longer. Give me more time. The longer, the better. Because you know, I will never forget you. I couldn’t, even if I tried.

Love, Lindsey

Sport Coaching en Kinesitherapie!

Hallo iedereen!

Even geen update over mijn reilen en zeilen, maar wel een update over m’n professionele bezigheden. Zoals velen van jullie al weten, is sport voor mij de rode draad in m’n leven. Mijn passie, en heel vaak mijn houvast! Het houdt me letterlijk en figuurlijk recht, wanneer ik soms denk alleen maar te kunnen vallen! Het geeft me zoveel meer, dan ik er in hoef te steken!

Deze passie wil ik graag delen met mensen die een sportieve doelstelling willen bereiken, met een individueel, op maat gemaakt trainingsschema/oefenschema, al dan niet onder persoonlijke begeleiding ! Op een gezonde, verantwoorde, maar ook een leuke en uitdagende manier wil ik jullie aan het sporten krijgen, én houden! Samen op weg, naar een fittere versie van jezelf! Samen op weg, naar een leven, dat je écht kan leven!

Naast m’n dikke 20 jaar loopervaring, heb ik ook m’n wetenschappelijke bagage door m’n diploma master in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie. Bagage die ik ben blijven aanvullen met bijkomende opleidingen, literatuur en werkervaring. Mijn kennis op het gebied van oefentherapie, blessurepreventie, trainingsschema’s en inspanningsfysiologie blijf ik met plezier verruimen en wil ik nu graag op professioneel vlaak inzetten als sport coach.

Ik weet helaas ook, hoe het voelt wanneer een lichaam niet gezond functioneert. Wanneer topsport, weer sport wordt, en soms nog amper sport te noemen valt. Dan wordt het een uitdaging om met beperkte energie, toch zo fit mogelijk te blijven. En om met beperkte fut, toch fun te vinden in wat je wél kan doen. Een evenwicht zoeken en vinden, tussen inspanning en ontspanning.

Heb je dus een loopdoel in je hoofd, maar weet je niet hoe je er aan moet beginnen? Wil je rug-en/of nekoefeningen doen, maar kan je wel wat begeleiding gebruiken? Heb je je ogen laten vallen op start-to-run, of wil je net een marathon uitlopen of sneller lopen? Ben je blessuregevoelig, waardoor je sportief doel al in het water valt, nog voor je goed en wel begonnen bent? Of wil je juist iets doen aan je gewicht, gezondheidsproblemen of spieren? Kijk dan zeker eens op de pagina op m’n website, neem gerust contact op, en wie weet kunnen we binnenkort samen op weg, naar het bereiken van jouw (loop)doel!

Link naar de pagina 

Courage doesn’t mean you don’t get afraid. Courage means you don’t let fear stop you.

Een hele poos geleden dat ik nog iets schreef, maar tijdens het kijken naar een stukje van het programma taboe, besefte ik des te meer dat er zovele taboes in onze wereld zijn. Zoveel vooroordelen, vaak gecombineerd met zoveel cliché uitspraken, waardoor deze tekst is ontstaan… Ook tijdens het programma zelf werden nieuwe vooroordelen blootgelegd. Iemand met overgewicht die het had over ‘jonge dingskes, 20-25 jaar’, die haar opvolgden in verband met haar voeding. Zij gingen haar even zeggen wat ze moest doen, zij gingen haar even met de vinger wijzen, ‘maar wat wisten zij er nu van, wat hadden zij nu van levenservaring’. Iemand die continu vooroordelen over overgewicht moet aanhoren, sprak zonder nadenken vooroordelen over ‘jonge dingskes’ uit. Deze vaststelling tijdens het kijken, is absoluut geen verwijt, want iedereen doet het, continu, onbewust, soms bewust. Maar het was voor mij wel een stimulans om terug in m’n pen te kruipen. Toch terug m’n moed te verzamelen, ook al betekent het soms dat ik me daarbij alleen op de dijk voel staan. Pal aan de balustrade met de zee knal onder me. De golven half over me kaatsend. Alleen, tijdens weercode rood. Alleen, in hevige rukwinden en storm. Terwijl ik soms veel liever beschutting zou zoeken, ergens ver weg. Stil. Donker. Maar tegelijk ook beetje per beetje zou wegkwijnen. Wegkwijnen, omdat ik voel dat alle kleine beetjes progressie, alle kleine beetjes vooruitgang tegen die taboes, echt wel beter zijn dan niets. Progressie, hoe weinig ook, in het tegengaan van die kortzichtigheid. Tegen de hardheid die soms als een sluipschutter in onze maatschappij en elk van ons plaatsneemt. Iedereen zou vrij mogen aan de balustrade van de zee staan, alleen of met anderen. Maar dan zonder het gevoel te hebben dat het weercode rood is.

‘Sociale’ media noemen ze het. Terwijl het zo asociaal maakt als maar
kan. Terwijl het ervoor kan zorgen dat mensen die fysiek dan wel dicht bij elkaar mogen zijn, zich emotioneel nog nooit zo ver van elkaar verwijderd hebben gevoeld. ‘Sociale’ media, die ervoor zorgen dat je in contact kan staan met mensen. Iets wat ik alleen maar kan toejuichen. Maar evenzeer de ‘sociale’ media, die er tegelijk voor zorgen dat sommigen net dit medium gebruiken om zomaar hun gal te spuwen op alles en iedereen die hen frustreert. Om hun eigen problemen op anderen te projecteren. Om geen oorzaak en oplossing bij zichzelf te zoeken, maar liever anderen aanvallen en zwart maken, waardoor je net alle contact met mensen verliest.

‘Sociale’ media, die nog zoveel meer een afkooksel is van de realiteit, dan dat onze opvatting van iemands realiteit al is. Rozengeur en maneschijn, positive vibes en oneindig veel filters om het toch maar iets mooier te laten overkomen. Want de echte realiteit, is vaak niet meer goed genoeg . Steeds minder plaats voor ruzie, verdriet, eenzaamheid, pijn. Ook al maken net die emoties dat je je zoveel meer mens voelt, dan eender welke gefilterde foto ooit kan bereiken. Ook al is het niet happy happy happy, het kan het wel terug worden. Als je vanuit de échte realiteit vertrekt. Filters wegnemen, ook al voelt het soms als een pleister van een open wonde trekken. Diegene die het doet is vaak de boeman. Op voorhand denk je dat langzaam minder pijn zal doen. Maar de realiteit leert dat het best in een snok kan gedaan worden. En vaak ben je zelf diegene die de pleister moet af snokken.

Het zien van het programma taboe zorgt ervoor dat ik net die sociale media verder zal gebruiken om mensen hier alert op te maken. Niet om ze met de vinger te wijzen. Niet om kritiek te spuwen. Niet omdat ik het beter weet, zeker niet. Maar wel om iedereen de vrije keuze te geven ermee te doen wat ze willen, zolang ze er maar even bij stilstaan. Sociale media gebruiken… niet om de happy news show te verspreiden, want deze heb ik niet. Het is niet happy. Het is geen show. Het is mijn realiteit. Van mijn leven. Oordelen en conclusies maken over anderen, daar hou ik me niet mee bezig. Het is al ‘boeiend en vermoeiend’ genoeg om het bij mezelf te doen. Sociale media gebruiken, om de wonde open te leggen. De pleister weg te trekken. Elke keer opnieuw. Hoe pijnlijk en confronterend ook. Omdat ik er in geloof dat ook die wonden kunnen dichtgroeien, tot er geen pleister meer nodig is. Mensen hebben die liefde, goedheid, dat gevoel en die inzichten in zich. Daar hebben ze geen smartphone voor nodig. Geen dure snufjes of multimedia. Wel hun hart om te voelen, oren om te luisteren, een mond om te praten en handen om te helpen en te knuffelen. Zoveel kostbaarder dan welk toestel ook! Zoveel duurzamer ook.

Taboes, vooroordelen, cliché uitspraken, kortzichtigheid, iedereen zal er wellicht op zijn/haar manier littekens door hebben. Helaas niet de lichamelijke littekens, maar wel deze op de ziel. Deze die je niet kan camoufleren. Maar tegelijk deze die niemand ziet. Deze die niet met kleren, make-up of tijd kunnen vervagen. Wel deze die altijd open en bloot liggen, maar dan in het diepste van ons zijn. Tegelijk maakt net de schrik voor deze taboes en toestanden, de mensen net nog veel eenzamer. Het maakt dat wat mensen dénken te zien, nog veel verder verwijderd is van de realiteit, dan het sowieso al is. Het maakt dat velen er net voor kiezen om beschutting te zoeken. Ergens ver weg. Stil. Ook al betekent het dat ze nog meer wegkwijnen. Dus licht ik hier even een van m’n ‘taboes’ op, die ik de afgelopen periode heb ervaren. Niet persé in de buitenwereld, alhoewel dat ook, maar vooral ook in m’n hoofd. Mijn hoofd, dat stilaan de ganse buitenwereld leek. Waardoor die beschutting, echt wel de beste plek leek. Tot nu. Ik weet niet of ik klaar ben voor weercode rood. Maar ik weet tegelijk wel dat ik nooit alleen aan die balustrade zal staan. En dat op zich is toch al iets. Veel zelfs.

Een hele poos geleden ben ik m’n behandeling voor m’n kanker kunnen stoppen. Kunnen lijkt hier wel het beste woord. Mogen had ook gekund, maar zo is het niet gegaan, laat staan dat het zo voelt. Jarenlang heb ik m’n pillen geslikt, soms wel er opzij geschoven en zelfs dozen verstopt, om toch maar even de illusie te hebben dat die smurrie niet langer m’n lichaam in moest. Maar toch, altijd, dag in, dag uit, trouw geslikt. Het bracht me letterlijk en figuurlijk tot walgen, maar ik had één grote houvast. Het geloof en de overtuiging dat dit niet voor altijd zou zijn. Er zou een moment komen waarop ik ermee mocht stoppen. Daardoor kon ik elke keer m’n sprankeltjes hoop bij elkaar rapen, om toch maar een nieuwe soort te proberen. Een hogere dosis. M’n lichaam opnieuw voor het vuurpeloton te zetten, ongewapend. Zelfs vaak al platliggend op de grond. En uiteindelijk, is de ‘droom’ en hoop te mogen stoppen, veranderd in de realiteit van kunnen stoppen. Niet mogen, omdat de voorstanders misschien maar in beperkte mate aanwezig waren. Omdat mogen, iets leuks voorspelt. Maar tegelijk toch kunnen, omdat ik de kans kreeg het te proberen. Proberen wat m’n lichaam zou doen, zonder de behandeling, maar wel nog altijd met de aanwezigheid van kanker.

De afgelopen jaren zijn er best al wat hevige taboes op m’n pad gekomen. Enkele ervan zal ik kort nog even blootleggen. Al is een boek nog te kort om het daarover te hebben. Kankerpatiënten sterven of leven. Leven is happy en alles ok. Sterven, ja dat is voor iedereen duidelijk. Diegene die blijven leven, MOETEN gelukkig en dankbaar zijn, ongeacht hoe ze zich voelen. Ongeacht of er blijvende schade is. Ongeacht of er blijvende behandeling is. Ongeachte de fysieke en mentale weerslag. Levenslang. Moeten gelukkig zijn. Want je leeft. Altijd. En waag het niet ook maar 1 ‘negatief’ woord te zeggen, want kop op en positief blijven is de boodschap! Diegenen die griep hebben, die mogen klagen. Want griep zeg, daar kan je toch wel een paar dagen mottig van zijn! Kankerpatiënten zien er ook als ‘kankerpatiënten’ uit en gedragen zich ook als ‘kankerpatiënten’. Wie die voorschriften ooit geschreven of bepaald heeft, ligt waarschijnlijk ook al lang onder de grond, maar taboes en vooroordelen, zijn nu eenmaal iets hardnekkiger dan dat. Helaas. Kankerpatiënten die niet in het ziekenhuis verblijven, die stellen het goed. Kankerpatiënten die nog werken of proberen, in welke vorm dan ook, iets van hun doelen of dromen te doen, zijn ok. Goed zelfs. Prima als het even kan! Veel pijn of moe kan je wel niet zijn, als je toch een uur per dag lachend buiten komt. Over die 23 uur in de zetel zullen we niet spreken. Maar de oneindige vergelijkingen tijdens dat uurtje aanhoren, over hoe moe de overbuur ook wel niet is na een nachtje stappen, of over hoe wankel hun gezondheid is omdat ze nu toch wel weer een verkoudheid hebben, daar wordt helaas heel veel over gesproken. Alhoewel, praat er gerust over, maar dan misschien niet met ons. En laat die vergelijking er in weg, alsof je ons begrijpt. Of hetzelfde deelt. Alstublieft.

Ik dacht dat ik ze wel gehad had, de taboes rond kanker. Ik hoopte het ergens ook. Want het blijft een uitputtend gegeven. En het voelt als een oneindige strijd. Een strijd die eigenlijk overbodig zou kunnen zijn. Maar helaas had ik zelf ook ‘cliché’s’ in m’n hoofd. Deze waar ik jarenlang dag in, dag uit, naartoe aftelde. Stoppen met de medicatie en me eindelijk beter voelen! Beter! Hoe weinig ook! Meer energie, ook al maakte dat er 61 minuten van, in plaats van 60. Minder pijn, ook al betekende dit dat er iets meer dingen de bovenhand kregen, op m’n vurend pijnsysteem. En daar was ik ook 100% van overtuigd.

Ik voelde m’n lichaam alleen maar achteruit gaan. En mentaal probeerde ik wel de stuwdam te zijn tegen een overload aan gedachten, pijn, en problemen. Maar er kwamen toch steeds meer barsten en gaten in die dam. Na een ganse zoektocht (waar ik een andere keer wel over schrijf), na bemiddelen en gesprekken met heel wat dokters, kwam dan toch de beslissing te stoppen met de medicatie. Niet vanuit de hoera-ervaring dat m’n kanker eindelijk weg was, wel vanuit de redenering dat het al geruime tijd stabiel staat, waardoor er een kans is om voor onbepaalde tijd zonder medicatie te kunnen. Een beslissing, waar tegelijk ook best wel wat mogelijke gevolgen aan verbonden waren. Maar toch voor mij de enige juiste. Het enige wat ik niet had kunnen vermoeden, nooit, was dat een van die gevolgen een verhoging van de nevenwerking kon zijn. En ook effectief was.

(c)koenvbphotography
(c)koenvbphotography

En plots sta je daar. Nee, eerder liggen. Plat, op de grond. Geen vuurpeloton meer voor je, die zijn al gepasseerd. Misschien komen ze terug, misschien ook niet. Maar voorlopig, zie je er toch even geen meer. Al kunnen ze elke controle opnieuw, plots knal voor je neus verschijnen. Maar voorlopig lig je daar en je geraakt niet rechtop. Je lichaam weet gewoon niet meer hoe het rechtop moet staan. En je geest heeft te lang moeten vechten om een kogelvrij vest te blijven vormen voor het vuurpeloton, dat het geen middel vindt om zich te verweren tegen iets, wat tegelijk niets is. Althans voor de buitenwereld dan misschien. Een leven, hoe lang of kort ook, zonder medicatie, maar wel met kanker. En met tijdelijk (hoe lang of kort, weet je op die moment totaal niet) meer nevenwerkingen, omdat je lichaam zo vindingrijk was om een nieuw evenwicht te ontwikkelen mét medicatie, dat het nog meer gaat protesteren zonder medicatie. Meer pijn. Meer moe. Fysiek, maar eigenlijk ook echt wel mentaal.

Mentaal… Omdat je houvast weg is. Je houvast dat het wel zal beteren eenmaal de pillen mogen stoppen. Je houvast, dat ondanks je van de pillen walgt, je toch weet dat ze de kanker stabiel houden, of terugdringen, of misschien wie weet, ooit wel weg krijgen. Plots lijken die pillen waar je zo van walgt, niet meer zo walgelijk. Plots lijkt iets waar je zo zeker van was, dat stoppen met de medicatie zo snel mogelijk moest gebeuren, de grootste onzekerheid ooit! Geen houvast. Geen pillen. Geen gevoel van ‘zekerheid’ dat de kanker op z’n minst door de pillen toch wel zal in bedwang gehouden worden. Maar wel veel pijn. Én vermoeidheid. En veel controles waarbij de stress en angst van verhoogde kankerwaarden, je nog dieper in de grond duwen en laten liggen.

(c)koenvbphotography
(c)koenvbphotography

Hoe leg je dat aan mensen uit? Je ziet er niet ziek uit. Je loopt nog
dagelijks en zelfs wat intensiever. Je zit zonder behandeling. En als je buitenkomt lach je en probeer je sociaal te zijn. Dat je continu pijn hebt en je vermoeid voelt, dat lopen net je pijndempingsysteem activeert, dat zonder behandeling zitten synoniem staat voor nog evenveel of zelfs meer nevenwerkingen, en dat de kanker helemaal niet weg is, dat zijn helaas dingen die mensen niet zien. En het is al zeker niet wat ze denken te zien. En dat buitenkomen en lachen, praten en proberen toch vooruit te gaan; soms aanvoelt als je laatste stuiptrekkingen alvorens je weer een ganse periode mag gaan ‘opladen’, dat vermoeden ze al helemaal niet.

Hoe leg je dat aan mensen uit? M’n eerste langdurige reactie, was niet. Ik zag er geen beginnen aan. Tot ik het programma taboe zag deze week. Tot ik terug besefte dat ik helemaal niet alleen ben hierin. Ik mag dan wel mezelf opsluiten, me onbegrepen en gekwetst voelen, maar daarmee geraak ik niet vooruit. Daarmee help ik mezelf niet en al zeker geen anderen. En nog veel erger dan dat het voor mezelf vaak aanvoelt, is de gedachte dat er hier zoveel mensen mee worstelen, in eenzaamheid maar met een groot gevoel van onbegrip en onrechtvaardigheid.

Het deed me beseffen dat ik lang niet de enige ben die hiermee worstelt. Niet de enige die met eender wat worstelt. Niet dat ik dat niet wist, maar soms heb je eens een herinnering nodig. Een nieuw signaal. En dit is er gekomen. Dus, besloot ik dat het terug tijd wordt om het worstelen misschien wel initieel wat uit te breiden, door het openleggen van andere taboes en kortzichtigheden maar met de sterke hoop dat dit worstelen zal afnemen! Niet alleen voor mij, wel in de overtuiging dat dit voor iedereen zo hoort. Mag. Kan. Voor eender welk taboe.

De komende periode zal ik hier wel meer ervaringen delen, niet omdat mijn persoonlijke ervaringen zo belangrijk zijn, of omdat ik aandacht nodig heb, wel omdat ik hoop dat het deuren mag openen naar anderen hun ervaringen, dat het mensen kracht mag geven en vooral ook het gevoel samen op de balustrade te staan, zodat steeds meer mensen uit de achtergrond, uit hun beschutte plaats komen. Samen in de frontlinie. Omdat je beseft dat welke weercode er ook op je afstevent, je elkaar beschermt en steunt. Zodat je weet dat je er nooit alleen voor staat!

Liefs, Lindsey