Faith is seeing light with your heart, when all your eyes see is darkness

De reden waarom ik hier lang niets meer gepost heb, is omdat ik momenteel het gevoel heb dat m’n leven een puinhoop is, en ik ook helemaal geen behoefte of kracht heb en voel om hierover te communiceren. Maar om anderen een hart onder de riem te steken, hoort ook deze update erbij. De ene moment heb ik een dag waarop ik bovenop m’n puinhoop sta, zodat ik hier en daar wel wat kan sorteren en ordenen. Maar tegelijk niet weet, hoe ik in Godsnaam naar beneden kan komen. De andere dag, laat ons zeggen 99 % van de dagen, lig ik gewoon onder m’n puinhoop, bedolven onder alle ballast en zorgen. Zelfs geen licht meer zichtbaar, dus ook geen uitgang vindbaar. En heel af en toe, sta ik op een eindje verwijderd van m’n puinhoop. Zodat ik een klein beetje een overzicht heb over wat de berg juist inhoudt, en hoe ik de puin kan verwijderen, en de hoop kan overhouden. Maar de berg is zo hoog, dat ook dit niet zo’n fameuze uitvalshoek is.

Het is de laatste maanden toch vooral de hoop die frequent wegzakt, en vooral het woordje puin die ik in elk vezeltje voel. Hoop op een leven met ietsiepietsie minder zorgen, in de letterlijke en figuurlijke zin van het woord. Hoop op zoveel, maar eigenlijk ook zo ‘weinig’. Simpel, rustig en evenwichtig.

Voor de buitenwereld, heb ik misschien minder reden om puin te zien, voelen, ruiken, horen en ervaren. M’n kanker is al geruime tijd stabiel. Nog steeds aanwezig, KAK! Maar toch minimaal wetende van waar het komt. Dit maakt dat er ergens speling is om met de behandeling veranderingen door te voeren. Een buitenstaander zou er misschien gelukkig van worden. En ik wou dat ik dat ook was, maar eerlijk, dat ben ik niet. Dankbaar dat de kanker stabiel is, dat wel. Dankbaar dat we kunnen ‘spelen’ met de behandeling, dat ook. Maar soms kom je op een punt, waar je zo naar uit gekeken hebt. En blijkt dat punt eigenlijk het begin te zijn van een nieuwe lange zware weg. Weliswaar een punt, maar eindpunt en beginpunt in een. Met daarbij nieuwe (gezondheid)obstakels die opduiken, en ‘oude’ die niet willen wijken.

En dan wordt de puinhoop soms te groot. En vooral te drukkend de dagen dat ik er onder lig. Zo komt er weinig gelukkig gevoel aan te pas, de laatste tijd. Maar vooral zorgen. Geen pietluttelige zorgen, maar diepgewortelde levensvragen en zelfreflectie. Piekeren en wroeten. En deze cirkel, ontelbare keren per dag afgaan. Ongewild, helaas wel dominant. De dagen gaan voorbij, en worden weken, maanden en jaren. Sommigen zeggen dat pijn en vermoeidheid misschien wel went, maar eerlijk, dat doet het nooit. Je leert er mee omgaan, dat wel. Je leert creatief zijn met je energie. Vindingrijk om de fysieke en emotionele pijn zo weinig mogelijk te voelen. Althans, op de betere dagen.

Op de slechte dagen, wil je gewoon liever een dag overslaan. In je bed liggen en de dag overslaan. Ze overslaan, maar je tegelijk dood ergeren aan jezelf dat je ze wilt overslaan. Want… Er zijn er helaas genoeg die deze dag, goed of slecht, maar al te graag zouden willen leven, maar niet meer kunnen. Naarmate de kanker daalde, werden m’n puinhoop en ballast groter, althans, dat gevoel heb ik nu toch.

Percé willen doorgaan met je leven, eruit halen wat eruit te halen valt. En ook tonen, vooral aan jezelf, dat niet alles hoeft stil te staan. Dat je ook kunt progressie maken. Dat je wel een leven kunt uitbouwen. Een soort overlevingsmodus, maar dan heel langgerekt. Zo graag willen leven, maar eigenlijk niet meer weten wat echt leven is. Zo graag gelukkig willen zijn, dat je op termijn ook echt gelooft dat je gelukkig bent. Helaas is het een illusie, en volgt vroeg of laat de desillusie.

Zoveel voelen wat je niet wilt voelen. En zoveel niet voelen, wat je wel wilt voelen. En hoe meer fysieke en emotionele pijn dit met zich meebrengt, hoe beter je de knop van automatische piloot weet zitten. Tot ook dat een automatisme wordt, en je ze niet meer af krijgt. Lachen naar de buitenwereld, maar vaak wegkwijnen en worstelen met jezelf binnenin. Mensen rondom je willen helpen, maar eigenlijk vooral nood hebben om zelf geholpen te worden.

Worstelen tussen dankbaarheid voor vele kleine en soms grootse dingen enerzijds, maar ook diepgewortelde frustratie, eenzaamheid en verdriet anderzijds. Dankbaar voor wat je allemaal wél nog meemaakt. Maar het worstelen met het loslaten van wat je niet meer kan meemaken. En daarbovenop nog worstelen, omdat je jezelf ondankbaar vindt dat je ermee worstelt. Om uiteindelijk dus zoveel jaar later, na heel wat hard knokken en daar nog mee bezig te zijn, uitgeteld bovenop, of onder je puinhoop te liggen. Niet weten waar te beginnen om deze op te ruimen. Niet weten of je alles kunt opruimen. Of er de moed en tijd voor hebt of zult krijgen.

Er zijn zo momenten in je leven, waarop je denkt dat je perfect weet wat je wilt. En dat je ook perfect weet dat de toekomst dit zal brengen. Zo’n moment had ik rond m’n diagnose van kanker, 6 jaar geleden. Maar na de diagnose is dat noodgedwongen een grote waas geworden.

En nu, weet ik niet meer wat ik wil. Wat ik weet. Ik weet zelf niet meer wat ik toen wou. Ik weet alleen dat ik me ergens op, rond en in een puinhoop bevind. En het noorden even zoek is. En dat de enige manier om er doorheen te komen, er ook doorheen spartelen is. En dat is moeilijk. Moeilijk maar niet onmogelijk.

En zelf onder de grootste berg, is er altijd wel een spietje licht zichtbaar. Zowel van de zon overdag, als van de sterren ’s nachts. Het besef, dat je er nooit alleen voor staat, en er altijd een houvast te vinden valt. Al moet ik toegeven dat ik dat besef heel hard moet zoeken momenteel.

Dus ik zal de komende periode te vertoeven zijn onder, op en naast m’n puinhoop. Hard wroetelen, heel wat emoties doorspartelen, om uiteindelijk wel de hoop over te houden! Hoe eenzaam en hard het nu ook aanvoelt voor me, ik ben dankbaar voor iedereen en alles die me hierbij helpt!

Liefs,

Lindsey