Courage doesn’t mean you don’t get afraid. Courage means you don’t let fear stop you.

Een hele poos geleden dat ik nog iets schreef, maar tijdens het kijken naar een stukje van het programma taboe, besefte ik des te meer dat er zovele taboes in onze wereld zijn. Zoveel vooroordelen, vaak gecombineerd met zoveel cliché uitspraken, waardoor deze tekst is ontstaan… Ook tijdens het programma zelf werden nieuwe vooroordelen blootgelegd. Iemand met overgewicht die het had over ‘jonge dingskes, 20-25 jaar’, die haar opvolgden in verband met haar voeding. Zij gingen haar even zeggen wat ze moest doen, zij gingen haar even met de vinger wijzen, ‘maar wat wisten zij er nu van, wat hadden zij nu van levenservaring’. Iemand die continu vooroordelen over overgewicht moet aanhoren, sprak zonder nadenken vooroordelen over ‘jonge dingskes’ uit. Deze vaststelling tijdens het kijken, is absoluut geen verwijt, want iedereen doet het, continu, onbewust, soms bewust. Maar het was voor mij wel een stimulans om terug in m’n pen te kruipen. Toch terug m’n moed te verzamelen, ook al betekent het soms dat ik me daarbij alleen op de dijk voel staan. Pal aan de balustrade met de zee knal onder me. De golven half over me kaatsend. Alleen, tijdens weercode rood. Alleen, in hevige rukwinden en storm. Terwijl ik soms veel liever beschutting zou zoeken, ergens ver weg. Stil. Donker. Maar tegelijk ook beetje per beetje zou wegkwijnen. Wegkwijnen, omdat ik voel dat alle kleine beetjes progressie, alle kleine beetjes vooruitgang tegen die taboes, echt wel beter zijn dan niets. Progressie, hoe weinig ook, in het tegengaan van die kortzichtigheid. Tegen de hardheid die soms als een sluipschutter in onze maatschappij en elk van ons plaatsneemt. Iedereen zou vrij mogen aan de balustrade van de zee staan, alleen of met anderen. Maar dan zonder het gevoel te hebben dat het weercode rood is.

‘Sociale’ media noemen ze het. Terwijl het zo asociaal maakt als maar
kan. Terwijl het ervoor kan zorgen dat mensen die fysiek dan wel dicht bij elkaar mogen zijn, zich emotioneel nog nooit zo ver van elkaar verwijderd hebben gevoeld. ‘Sociale’ media, die ervoor zorgen dat je in contact kan staan met mensen. Iets wat ik alleen maar kan toejuichen. Maar evenzeer de ‘sociale’ media, die er tegelijk voor zorgen dat sommigen net dit medium gebruiken om zomaar hun gal te spuwen op alles en iedereen die hen frustreert. Om hun eigen problemen op anderen te projecteren. Om geen oorzaak en oplossing bij zichzelf te zoeken, maar liever anderen aanvallen en zwart maken, waardoor je net alle contact met mensen verliest.

‘Sociale’ media, die nog zoveel meer een afkooksel is van de realiteit, dan dat onze opvatting van iemands realiteit al is. Rozengeur en maneschijn, positive vibes en oneindig veel filters om het toch maar iets mooier te laten overkomen. Want de echte realiteit, is vaak niet meer goed genoeg . Steeds minder plaats voor ruzie, verdriet, eenzaamheid, pijn. Ook al maken net die emoties dat je je zoveel meer mens voelt, dan eender welke gefilterde foto ooit kan bereiken. Ook al is het niet happy happy happy, het kan het wel terug worden. Als je vanuit de échte realiteit vertrekt. Filters wegnemen, ook al voelt het soms als een pleister van een open wonde trekken. Diegene die het doet is vaak de boeman. Op voorhand denk je dat langzaam minder pijn zal doen. Maar de realiteit leert dat het best in een snok kan gedaan worden. En vaak ben je zelf diegene die de pleister moet af snokken.

Het zien van het programma taboe zorgt ervoor dat ik net die sociale media verder zal gebruiken om mensen hier alert op te maken. Niet om ze met de vinger te wijzen. Niet om kritiek te spuwen. Niet omdat ik het beter weet, zeker niet. Maar wel om iedereen de vrije keuze te geven ermee te doen wat ze willen, zolang ze er maar even bij stilstaan. Sociale media gebruiken… niet om de happy news show te verspreiden, want deze heb ik niet. Het is niet happy. Het is geen show. Het is mijn realiteit. Van mijn leven. Oordelen en conclusies maken over anderen, daar hou ik me niet mee bezig. Het is al ‘boeiend en vermoeiend’ genoeg om het bij mezelf te doen. Sociale media gebruiken, om de wonde open te leggen. De pleister weg te trekken. Elke keer opnieuw. Hoe pijnlijk en confronterend ook. Omdat ik er in geloof dat ook die wonden kunnen dichtgroeien, tot er geen pleister meer nodig is. Mensen hebben die liefde, goedheid, dat gevoel en die inzichten in zich. Daar hebben ze geen smartphone voor nodig. Geen dure snufjes of multimedia. Wel hun hart om te voelen, oren om te luisteren, een mond om te praten en handen om te helpen en te knuffelen. Zoveel kostbaarder dan welk toestel ook! Zoveel duurzamer ook.

Taboes, vooroordelen, cliché uitspraken, kortzichtigheid, iedereen zal er wellicht op zijn/haar manier littekens door hebben. Helaas niet de lichamelijke littekens, maar wel deze op de ziel. Deze die je niet kan camoufleren. Maar tegelijk deze die niemand ziet. Deze die niet met kleren, make-up of tijd kunnen vervagen. Wel deze die altijd open en bloot liggen, maar dan in het diepste van ons zijn. Tegelijk maakt net de schrik voor deze taboes en toestanden, de mensen net nog veel eenzamer. Het maakt dat wat mensen dénken te zien, nog veel verder verwijderd is van de realiteit, dan het sowieso al is. Het maakt dat velen er net voor kiezen om beschutting te zoeken. Ergens ver weg. Stil. Ook al betekent het dat ze nog meer wegkwijnen. Dus licht ik hier even een van m’n ‘taboes’ op, die ik de afgelopen periode heb ervaren. Niet persé in de buitenwereld, alhoewel dat ook, maar vooral ook in m’n hoofd. Mijn hoofd, dat stilaan de ganse buitenwereld leek. Waardoor die beschutting, echt wel de beste plek leek. Tot nu. Ik weet niet of ik klaar ben voor weercode rood. Maar ik weet tegelijk wel dat ik nooit alleen aan die balustrade zal staan. En dat op zich is toch al iets. Veel zelfs.

Een hele poos geleden ben ik m’n behandeling voor m’n kanker kunnen stoppen. Kunnen lijkt hier wel het beste woord. Mogen had ook gekund, maar zo is het niet gegaan, laat staan dat het zo voelt. Jarenlang heb ik m’n pillen geslikt, soms wel er opzij geschoven en zelfs dozen verstopt, om toch maar even de illusie te hebben dat die smurrie niet langer m’n lichaam in moest. Maar toch, altijd, dag in, dag uit, trouw geslikt. Het bracht me letterlijk en figuurlijk tot walgen, maar ik had één grote houvast. Het geloof en de overtuiging dat dit niet voor altijd zou zijn. Er zou een moment komen waarop ik ermee mocht stoppen. Daardoor kon ik elke keer m’n sprankeltjes hoop bij elkaar rapen, om toch maar een nieuwe soort te proberen. Een hogere dosis. M’n lichaam opnieuw voor het vuurpeloton te zetten, ongewapend. Zelfs vaak al platliggend op de grond. En uiteindelijk, is de ‘droom’ en hoop te mogen stoppen, veranderd in de realiteit van kunnen stoppen. Niet mogen, omdat de voorstanders misschien maar in beperkte mate aanwezig waren. Omdat mogen, iets leuks voorspelt. Maar tegelijk toch kunnen, omdat ik de kans kreeg het te proberen. Proberen wat m’n lichaam zou doen, zonder de behandeling, maar wel nog altijd met de aanwezigheid van kanker.

De afgelopen jaren zijn er best al wat hevige taboes op m’n pad gekomen. Enkele ervan zal ik kort nog even blootleggen. Al is een boek nog te kort om het daarover te hebben. Kankerpatiënten sterven of leven. Leven is happy en alles ok. Sterven, ja dat is voor iedereen duidelijk. Diegene die blijven leven, MOETEN gelukkig en dankbaar zijn, ongeacht hoe ze zich voelen. Ongeacht of er blijvende schade is. Ongeacht of er blijvende behandeling is. Ongeachte de fysieke en mentale weerslag. Levenslang. Moeten gelukkig zijn. Want je leeft. Altijd. En waag het niet ook maar 1 ‘negatief’ woord te zeggen, want kop op en positief blijven is de boodschap! Diegenen die griep hebben, die mogen klagen. Want griep zeg, daar kan je toch wel een paar dagen mottig van zijn! Kankerpatiënten zien er ook als ‘kankerpatiënten’ uit en gedragen zich ook als ‘kankerpatiënten’. Wie die voorschriften ooit geschreven of bepaald heeft, ligt waarschijnlijk ook al lang onder de grond, maar taboes en vooroordelen, zijn nu eenmaal iets hardnekkiger dan dat. Helaas. Kankerpatiënten die niet in het ziekenhuis verblijven, die stellen het goed. Kankerpatiënten die nog werken of proberen, in welke vorm dan ook, iets van hun doelen of dromen te doen, zijn ok. Goed zelfs. Prima als het even kan! Veel pijn of moe kan je wel niet zijn, als je toch een uur per dag lachend buiten komt. Over die 23 uur in de zetel zullen we niet spreken. Maar de oneindige vergelijkingen tijdens dat uurtje aanhoren, over hoe moe de overbuur ook wel niet is na een nachtje stappen, of over hoe wankel hun gezondheid is omdat ze nu toch wel weer een verkoudheid hebben, daar wordt helaas heel veel over gesproken. Alhoewel, praat er gerust over, maar dan misschien niet met ons. En laat die vergelijking er in weg, alsof je ons begrijpt. Of hetzelfde deelt. Alstublieft.

Ik dacht dat ik ze wel gehad had, de taboes rond kanker. Ik hoopte het ergens ook. Want het blijft een uitputtend gegeven. En het voelt als een oneindige strijd. Een strijd die eigenlijk overbodig zou kunnen zijn. Maar helaas had ik zelf ook ‘cliché’s’ in m’n hoofd. Deze waar ik jarenlang dag in, dag uit, naartoe aftelde. Stoppen met de medicatie en me eindelijk beter voelen! Beter! Hoe weinig ook! Meer energie, ook al maakte dat er 61 minuten van, in plaats van 60. Minder pijn, ook al betekende dit dat er iets meer dingen de bovenhand kregen, op m’n vurend pijnsysteem. En daar was ik ook 100% van overtuigd.

Ik voelde m’n lichaam alleen maar achteruit gaan. En mentaal probeerde ik wel de stuwdam te zijn tegen een overload aan gedachten, pijn, en problemen. Maar er kwamen toch steeds meer barsten en gaten in die dam. Na een ganse zoektocht (waar ik een andere keer wel over schrijf), na bemiddelen en gesprekken met heel wat dokters, kwam dan toch de beslissing te stoppen met de medicatie. Niet vanuit de hoera-ervaring dat m’n kanker eindelijk weg was, wel vanuit de redenering dat het al geruime tijd stabiel staat, waardoor er een kans is om voor onbepaalde tijd zonder medicatie te kunnen. Een beslissing, waar tegelijk ook best wel wat mogelijke gevolgen aan verbonden waren. Maar toch voor mij de enige juiste. Het enige wat ik niet had kunnen vermoeden, nooit, was dat een van die gevolgen een verhoging van de nevenwerking kon zijn. En ook effectief was.

(c)koenvbphotography
(c)koenvbphotography

En plots sta je daar. Nee, eerder liggen. Plat, op de grond. Geen vuurpeloton meer voor je, die zijn al gepasseerd. Misschien komen ze terug, misschien ook niet. Maar voorlopig, zie je er toch even geen meer. Al kunnen ze elke controle opnieuw, plots knal voor je neus verschijnen. Maar voorlopig lig je daar en je geraakt niet rechtop. Je lichaam weet gewoon niet meer hoe het rechtop moet staan. En je geest heeft te lang moeten vechten om een kogelvrij vest te blijven vormen voor het vuurpeloton, dat het geen middel vindt om zich te verweren tegen iets, wat tegelijk niets is. Althans voor de buitenwereld dan misschien. Een leven, hoe lang of kort ook, zonder medicatie, maar wel met kanker. En met tijdelijk (hoe lang of kort, weet je op die moment totaal niet) meer nevenwerkingen, omdat je lichaam zo vindingrijk was om een nieuw evenwicht te ontwikkelen mét medicatie, dat het nog meer gaat protesteren zonder medicatie. Meer pijn. Meer moe. Fysiek, maar eigenlijk ook echt wel mentaal.

Mentaal… Omdat je houvast weg is. Je houvast dat het wel zal beteren eenmaal de pillen mogen stoppen. Je houvast, dat ondanks je van de pillen walgt, je toch weet dat ze de kanker stabiel houden, of terugdringen, of misschien wie weet, ooit wel weg krijgen. Plots lijken die pillen waar je zo van walgt, niet meer zo walgelijk. Plots lijkt iets waar je zo zeker van was, dat stoppen met de medicatie zo snel mogelijk moest gebeuren, de grootste onzekerheid ooit! Geen houvast. Geen pillen. Geen gevoel van ‘zekerheid’ dat de kanker op z’n minst door de pillen toch wel zal in bedwang gehouden worden. Maar wel veel pijn. Én vermoeidheid. En veel controles waarbij de stress en angst van verhoogde kankerwaarden, je nog dieper in de grond duwen en laten liggen.

(c)koenvbphotography
(c)koenvbphotography

Hoe leg je dat aan mensen uit? Je ziet er niet ziek uit. Je loopt nog
dagelijks en zelfs wat intensiever. Je zit zonder behandeling. En als je buitenkomt lach je en probeer je sociaal te zijn. Dat je continu pijn hebt en je vermoeid voelt, dat lopen net je pijndempingsysteem activeert, dat zonder behandeling zitten synoniem staat voor nog evenveel of zelfs meer nevenwerkingen, en dat de kanker helemaal niet weg is, dat zijn helaas dingen die mensen niet zien. En het is al zeker niet wat ze denken te zien. En dat buitenkomen en lachen, praten en proberen toch vooruit te gaan; soms aanvoelt als je laatste stuiptrekkingen alvorens je weer een ganse periode mag gaan ‘opladen’, dat vermoeden ze al helemaal niet.

Hoe leg je dat aan mensen uit? M’n eerste langdurige reactie, was niet. Ik zag er geen beginnen aan. Tot ik het programma taboe zag deze week. Tot ik terug besefte dat ik helemaal niet alleen ben hierin. Ik mag dan wel mezelf opsluiten, me onbegrepen en gekwetst voelen, maar daarmee geraak ik niet vooruit. Daarmee help ik mezelf niet en al zeker geen anderen. En nog veel erger dan dat het voor mezelf vaak aanvoelt, is de gedachte dat er hier zoveel mensen mee worstelen, in eenzaamheid maar met een groot gevoel van onbegrip en onrechtvaardigheid.

Het deed me beseffen dat ik lang niet de enige ben die hiermee worstelt. Niet de enige die met eender wat worstelt. Niet dat ik dat niet wist, maar soms heb je eens een herinnering nodig. Een nieuw signaal. En dit is er gekomen. Dus, besloot ik dat het terug tijd wordt om het worstelen misschien wel initieel wat uit te breiden, door het openleggen van andere taboes en kortzichtigheden maar met de sterke hoop dat dit worstelen zal afnemen! Niet alleen voor mij, wel in de overtuiging dat dit voor iedereen zo hoort. Mag. Kan. Voor eender welk taboe.

De komende periode zal ik hier wel meer ervaringen delen, niet omdat mijn persoonlijke ervaringen zo belangrijk zijn, of omdat ik aandacht nodig heb, wel omdat ik hoop dat het deuren mag openen naar anderen hun ervaringen, dat het mensen kracht mag geven en vooral ook het gevoel samen op de balustrade te staan, zodat steeds meer mensen uit de achtergrond, uit hun beschutte plaats komen. Samen in de frontlinie. Omdat je beseft dat welke weercode er ook op je afstevent, je elkaar beschermt en steunt. Zodat je weet dat je er nooit alleen voor staat!

Liefs, Lindsey

Faith is seeing light with your heart, when all your eyes see is darkness

De reden waarom ik hier lang niets meer gepost heb, is omdat ik momenteel het gevoel heb dat m’n leven een puinhoop is, en ik ook helemaal geen behoefte of kracht heb en voel om hierover te communiceren. Maar om anderen een hart onder de riem te steken, hoort ook deze update erbij. De ene moment heb ik een dag waarop ik bovenop m’n puinhoop sta, zodat ik hier en daar wel wat kan sorteren en ordenen. Maar tegelijk niet weet, hoe ik in Godsnaam naar beneden kan komen. De andere dag, laat ons zeggen 99 % van de dagen, lig ik gewoon onder m’n puinhoop, bedolven onder alle ballast en zorgen. Zelfs geen licht meer zichtbaar, dus ook geen uitgang vindbaar. En heel af en toe, sta ik op een eindje verwijderd van m’n puinhoop. Zodat ik een klein beetje een overzicht heb over wat de berg juist inhoudt, en hoe ik de puin kan verwijderen, en de hoop kan overhouden. Maar de berg is zo hoog, dat ook dit niet zo’n fameuze uitvalshoek is.

Het is de laatste maanden toch vooral de hoop die frequent wegzakt, en vooral het woordje puin die ik in elk vezeltje voel. Hoop op een leven met ietsiepietsie minder zorgen, in de letterlijke en figuurlijke zin van het woord. Hoop op zoveel, maar eigenlijk ook zo ‘weinig’. Simpel, rustig en evenwichtig.

Voor de buitenwereld, heb ik misschien minder reden om puin te zien, voelen, ruiken, horen en ervaren. M’n kanker is al geruime tijd stabiel. Nog steeds aanwezig, KAK! Maar toch minimaal wetende van waar het komt. Dit maakt dat er ergens speling is om met de behandeling veranderingen door te voeren. Een buitenstaander zou er misschien gelukkig van worden. En ik wou dat ik dat ook was, maar eerlijk, dat ben ik niet. Dankbaar dat de kanker stabiel is, dat wel. Dankbaar dat we kunnen ‘spelen’ met de behandeling, dat ook. Maar soms kom je op een punt, waar je zo naar uit gekeken hebt. En blijkt dat punt eigenlijk het begin te zijn van een nieuwe lange zware weg. Weliswaar een punt, maar eindpunt en beginpunt in een. Met daarbij nieuwe (gezondheid)obstakels die opduiken, en ‘oude’ die niet willen wijken.

En dan wordt de puinhoop soms te groot. En vooral te drukkend de dagen dat ik er onder lig. Zo komt er weinig gelukkig gevoel aan te pas, de laatste tijd. Maar vooral zorgen. Geen pietluttelige zorgen, maar diepgewortelde levensvragen en zelfreflectie. Piekeren en wroeten. En deze cirkel, ontelbare keren per dag afgaan. Ongewild, helaas wel dominant. De dagen gaan voorbij, en worden weken, maanden en jaren. Sommigen zeggen dat pijn en vermoeidheid misschien wel went, maar eerlijk, dat doet het nooit. Je leert er mee omgaan, dat wel. Je leert creatief zijn met je energie. Vindingrijk om de fysieke en emotionele pijn zo weinig mogelijk te voelen. Althans, op de betere dagen.

Op de slechte dagen, wil je gewoon liever een dag overslaan. In je bed liggen en de dag overslaan. Ze overslaan, maar je tegelijk dood ergeren aan jezelf dat je ze wilt overslaan. Want… Er zijn er helaas genoeg die deze dag, goed of slecht, maar al te graag zouden willen leven, maar niet meer kunnen. Naarmate de kanker daalde, werden m’n puinhoop en ballast groter, althans, dat gevoel heb ik nu toch.

Percé willen doorgaan met je leven, eruit halen wat eruit te halen valt. En ook tonen, vooral aan jezelf, dat niet alles hoeft stil te staan. Dat je ook kunt progressie maken. Dat je wel een leven kunt uitbouwen. Een soort overlevingsmodus, maar dan heel langgerekt. Zo graag willen leven, maar eigenlijk niet meer weten wat echt leven is. Zo graag gelukkig willen zijn, dat je op termijn ook echt gelooft dat je gelukkig bent. Helaas is het een illusie, en volgt vroeg of laat de desillusie.

Zoveel voelen wat je niet wilt voelen. En zoveel niet voelen, wat je wel wilt voelen. En hoe meer fysieke en emotionele pijn dit met zich meebrengt, hoe beter je de knop van automatische piloot weet zitten. Tot ook dat een automatisme wordt, en je ze niet meer af krijgt. Lachen naar de buitenwereld, maar vaak wegkwijnen en worstelen met jezelf binnenin. Mensen rondom je willen helpen, maar eigenlijk vooral nood hebben om zelf geholpen te worden.

Worstelen tussen dankbaarheid voor vele kleine en soms grootse dingen enerzijds, maar ook diepgewortelde frustratie, eenzaamheid en verdriet anderzijds. Dankbaar voor wat je allemaal wél nog meemaakt. Maar het worstelen met het loslaten van wat je niet meer kan meemaken. En daarbovenop nog worstelen, omdat je jezelf ondankbaar vindt dat je ermee worstelt. Om uiteindelijk dus zoveel jaar later, na heel wat hard knokken en daar nog mee bezig te zijn, uitgeteld bovenop, of onder je puinhoop te liggen. Niet weten waar te beginnen om deze op te ruimen. Niet weten of je alles kunt opruimen. Of er de moed en tijd voor hebt of zult krijgen.

Er zijn zo momenten in je leven, waarop je denkt dat je perfect weet wat je wilt. En dat je ook perfect weet dat de toekomst dit zal brengen. Zo’n moment had ik rond m’n diagnose van kanker, 6 jaar geleden. Maar na de diagnose is dat noodgedwongen een grote waas geworden.

En nu, weet ik niet meer wat ik wil. Wat ik weet. Ik weet zelf niet meer wat ik toen wou. Ik weet alleen dat ik me ergens op, rond en in een puinhoop bevind. En het noorden even zoek is. En dat de enige manier om er doorheen te komen, er ook doorheen spartelen is. En dat is moeilijk. Moeilijk maar niet onmogelijk.

En zelf onder de grootste berg, is er altijd wel een spietje licht zichtbaar. Zowel van de zon overdag, als van de sterren ’s nachts. Het besef, dat je er nooit alleen voor staat, en er altijd een houvast te vinden valt. Al moet ik toegeven dat ik dat besef heel hard moet zoeken momenteel.

Dus ik zal de komende periode te vertoeven zijn onder, op en naast m’n puinhoop. Hard wroetelen, heel wat emoties doorspartelen, om uiteindelijk wel de hoop over te houden! Hoe eenzaam en hard het nu ook aanvoelt voor me, ik ben dankbaar voor iedereen en alles die me hierbij helpt!

Liefs,

Lindsey

6 jaar is lang, maar ik geloof dat het elke dag opnieuw positief draaien kan!

Liefste zelf,

Ik heb me de laatste 6 jaar eigenlijk zelden tot jou gericht… De afstand met wat ik wilde was te groot, de afstand met m’n ziekte werd op die manier te dicht.

En ik weet het, 6 jaar is lang. De ziekte, de nevenwerkingen, het maakt me echt zo vaak bang.

Soms leek het met momenten een verademing om me buiten mezelf te plaatsen. Om het voelen van de realiteit, de pijn en harde confrontaties even van me weg te kaatsen.

Op een of andere manier handig. Maar.. ik besef nu wel, het was allerminst verstandig!

Gevoelens en gedachten van frustratie, boosheid en teleurstelling, deze kreeg je daarentegen vaak naar je toe gesmeten. Waardoor het met momenten wel de beste optie leek, dat we conversaties effectief vermeden.

Maar… hoe kan ik nu eigenlijk boos zijn op jou… want ik besef dat je eigenlijk zielsveel van me hou.

Als geen ander gooi je je keer op keer in de strijd. Ondanks al m’n frustraties, ondanks elk verwijt.

Als ik je smeekte nog harder te proberen, Deed je alles om je te verweren.

Verweren tegen de kanker in jezelf. Verweren tegen de zondvloed aan medicatie waardoor je telkens bent bedelft. (Bedolven, I know ;))

Hoe ondankbaar ik ook tegen je deed, met amper een boodschap dat het me speet,

Je bleef me boven water houden, je bleef ervoor gaan. Eigenlijk besef ik nu, je bent m’n trouwste kompaan.

Je bleef zoeken naar de juiste balans tussen je lichaam, geest en ziel. Een stevig blok zodat de kanker je nooit vernielt.

Je bleef signalen naar me sturen. Vol geduld, minuten, dagen, uren.

Sprankeltjes van hoop en licht, omdat je blijft geloven, er komt een dag dat die kanker zwicht.

Ik zou kunnen zeggen, had ik maar vroeger naar je geluisterd. Dan zat ik misschien op een slechte dag minder gefrustreerd in m’n bed gekluisterd.

Dan had ik mezelf de afgelopen jaren misschien minder verloren. Dan voelde ik me misschien met momenten minder bevroren.

Maar in het verleden leven heeft geen enkele nut! Ik kan betere dingen doen met elk beetje fut!

Maar, liefste zelf, ik wil me toch even echt tot je richten.  En je even op een welverdiende positieve manier belichten.

Eigenlijk wil ik je vooral zeggen dat ik je dankbaar ben. Dit ganse proces maakt dat ik je steeds beter ken.

En hoe moeilijk dat proces ook is, ik weet en voel diep vanbinnen, je hebt het nooit mis!

Bedankt om de hoop in jezelf nooit op te geven! Bedankt dat we hierdoor samen hopelijk nog zoveel mogen beleven!

Bedankt voor het bewijs dat liefde en hoop zoveel mogelijk maken! Bedankt dat je ondanks de dips, altijd koos voor kracht en moed, en nooit echte wilde afhaken!

Liefste zelf, Ik hoop dat we nog een lange en mooie levensweg te gaan hebben samen! En dat we op het eind van de rit kunnen zeggen dat we echt wel overeenkwamen!

Ik kan je niet beloven dat ik nooit meer op je zal sakkeren. Waarschijnlijk zit ik morgen alweer op je te jakkeren.

Maar bij deze hoop ik dat je wel onthoudt,  we laten elkaar nooit in de kou!

Ik hou van je en koester je enorm! En besef, samen doorstaan we elke storm!

En ik weet, 6 jaar is al lang. Maar ik geloof dat het elke dag opnieuw positief draaien kan…

Liefste zelf, liefste ik, liefste wij… We zijn allemaal een… want liefste jij… jij bent mij…

The bird who dares to fall, is the bird who learns to fly…

Hallo iedereen,

Alweer een tijdje geleden dat er hier een update kwam… De reden is dat ik soms zo worstel met alles wat gaande is, dat ik niet altijd de energie vind om het ook nog eens zwart wit op papier te zien staan, laat staan zelf te typen. Maar anderzijds is die confrontatie wel nodig om het touw te ontrafelen. Het touw dat zich in m’n hoofd alleen maar meer laat vernestelen. Er zijn zoveel redenen om die warboel voor mezelf te houden. Zoveel argumenten die veel sterker lijken dan het stemmetje in m’n hoofd. Het stemmetje dat probeert de bovenhand te halen en duidelijk te maken, dat we niet voor niets met zoveel mensen op deze wereld zijn. Dat we er zijn om elkaar te helpen. Dat je er niet alleen voor hoeft te staan. Hoe sterk je zelf ook wilt zijn. Dat je mond open doen, geen teken van zwakte is… En toch is er maar al te vaak een luid geruis dat dit stemmetje overheerst. Angst en schrik. Schrik om je dierbaren te belasten. Schrik om mensen te kwetsen. Schrik dat mensen je niet zullen begrijpen. Schrik dat als je het uitspreekt, het dan nog veel echter is, en soms ook erger… Schrik voor de zoektocht naar een oplossing. Schrik. Voor zoveel. Zo intens. Schrik… Verlammender dan dit, is moeilijk te vinden. En laat het net bewegen zijn wat ik wil. Vooruitgaan. Progressie. Vrijheid. Geen dwangbuis. Niet in m’n hoofd. Niet in m’n lichaam.

Emotioneel én fysiek, bevind ik me quasi continu op een rollercoaster. En dit al jaren aan een stuk. Eentje waar pretparken ongetwijfeld jaloers op zouden zijn. Maar ik niet. Totaal niet. Het is uitputtend. En telkens ik denk om m’n bagage even van m’n schouders te halen, zet ik die soms zonder dat ik het besef knal op de weg die ik aan het gaan ben. Telkens ik denk dat ik iets uit m’n bagage kan halen, achterwege laten, wegsmijten, kom ik het vaak niet veel later gewoon weer tegen. Op diezelfde weg. Het lijkt alsof er geen ontkomen aan is, welke methode ik ook probeer. M’n bagage is m’n verleden, maar het blijkt ook zo vaak m’n heden en toekomst. Dus ik weet dat ik er mee moet leren omgaan. Omgaan met die bagage. Omgaan met het gewicht. Alleen is de vraag hoe? Hoe kan ik die bagage omvormen, verdelen, opsplitsen? Hoe kan ik die bagage omvormen tot een verrijking, in plaats van een verstikking. En het is waarschijnlijk net het antwoord op die vraag, wat het leven net zinvol en waardevol maakt.

Soms probeer ik ook te hard gelukkig te zijn. Omdat ik denk dat het zo zinloos is om het niet te zijn. Zo jammer ook. Zo erg. Omdat ik er te veel mensen ken, die er al lang niet meer zijn. Helaas…In onze maatschappij lijkt dit ook vaak het grootste goed. Gelukkig zijn… Maar wie is echt gelukkig… Wat is ‘zijn’ in die zin. Hoe lang duurt zoiets ? Want het voelt soms als een vlinder, zo dichtbij dat je diens vleugelslag quasi tegen je huid voelt, maar net als je die wilt grijpen, is hij alweer verder gefladderd. Als gelukkig zijn, die vlinder grijpen is. Dan ben je het inderdaad nooit.

Maar als gelukkig zijn, beseffen is dat er miljoenen vlinders rondvliegen, wiens vleugels je af en toe in vervoering brengen, voldoende om het te koesteren en je verder te begeven op je pad, wetende dat er nog vlinders rondom je zijn, ontelbare…. Dan ben je het quasi continu. Ook al voelt het niet als de aanraking zelf. Maar is dat nodig? Zou het mogelijk zijn dat je dan zelfs merkt dat motten, die in eerste instantie veel lelijker zijn dan de kleurrijke vlinders…. je ook kunnen raken met hun vleugels, en dat dit helemaal niet akelig hoeft te zijn. Dat ze je ook in vervoering kunnen brengen. Dat ze van dichtbij ook heel prachtig zijn, op hun eigen unieke manier.

Wat is gelukkig zijn? Wat houdt het in? En hoe dicht leunt het aan bij ongelukkig zijn, als we er echt naar op zoek gaan? Ik zou er heel graag op willen vertrouwen dat die vlinders sowieso op m’n pad zijn en zullen blijven komen, welke weg ik ook insla. Dat die vleugelslagen de schrik en angst doen weg ebben, ook al is het enkel de vleugelslag. Dat ik daardoor besef dat het net in de vrijheid van de fladderende vlinders is, dat de vervoering van hun vleugels me kunnen raken.

Gelukkig helpt de natuur ons vaak ook een handje. Na donkere periodes komt altijd klaarheid. Helderheid. Nacht en dag. Winter en zomer. Laat het zonnetje nu net aan kracht winnen, laat de lente nu net in het land zijn. Laat ons nu net meer daglicht hebben, waardoor we de vlinders ook veel meer kunnen zien! En door het te zien, zal ook het besef wel komen dat alles z’n reden heeft, ieder z’n weg te gaan heeft en de vlinders altijd en overal zullen blijven fladderen.
Liefs,

Lindsey

Alone, we are strong. Together, we are stronger!

Met Wereldkankerdag op 4 februari en het Toetiewoetie eetfestijn van 11 februari, is het tijd om nog eens in m’n pen te kruipen! Voor de derde keer ging het eetfestijn door en jammer genoeg was het al de tweede keer dat Anke er zelf niet meer in levende lijve bij kon zijn. In de aanloop naar dit festijn, dan de goed-nieuws-show- rond kanker en Wereldkankerdag lezen, voelt niet aan als zout in een open wonde, maar als gevild liggen in de dode zee. Er sterven dagelijks nog veel te veel mensen aan kanker. Er sterven dagelijks nog veel te veel mensen aan de gevolgen van kanker. Er sterven dagelijks nog veel te veel mensen aan de behandeling. En er sterven dagelijks nog veel te veel mensen aan de gevolgen van de behandeling. Daarnaast zijn er zovele mensen die er niet aan sterven, maar ‘chronisch ziek’ zijn, zoals de media het vaak noemt. Alsof het een Godsgeschenk is. Dag in, dag uit, ziek, moe, pijn. Deze geschenken mogen ze wat mij betreft op een raket naar de ruimte sturen en die dan even later definitief van de radar laten verdwijnen. Er is niets verkeerd aan om de realiteit te laten aan bod komen, er is niets verkeerd met te zeggen waar het écht op aan komt. Positieve verhalen horen daar uiteraard bij! Blij zijn met een nieuw product ook! Maar geef dan de ganse versie! Probeer te voorkomen dat een patiënt vol goede hoop z’n smartphone quasi in het gezicht van de behandelende dokter duwt, met een artikel van een nieuw ‘wondermiddel’ om 5 minuten later te wensen dat hij een roze staart, 4 pootjes en een spitsneus had, gewoon omdat het op mensen nog niet van toepassing is!

Zet er dan bij dat ‘chronisch ziek’ alles langer dan 6 weken betekent, en dus helemaal geen garantie op jaren, laat staan jaren geluk! Maar zet er gerust ook bij dat ze inderdaad progressie maken en dat er steeds meer mogelijkheden komen. Jammer genoeg nog niet voor iedereen. Jammer genoeg nog niet in elke situatie. Lang nog niet. Je mag dan wel niet langer de roze bril op hebben bij het lezen van zulk nieuws, je gaat je op z’n minst niet als een Pinguïn te midden van de woestijn voelen, wanneer er zich een ander scenario dan –de-goed-nieuws-show- afspeelt bij jezelf of je dierbaren! Want dat is misschien nog veel dodelijker dan eender welke behandeling, het gevoel van eenzaamheid en onbegrip. Begrijp me niet verkeerd…natuurlijk ben ik blij dat er behandelingen bestaan. Nog blijer dat er nieuwe op de markt komen! Nog blijer dat kanker niet sowieso een doodsvonnis betekent.
Maar ik zou pas echt blij zijn, als we de echte oorzaken van kanker zouden kennen. Niet alleen kennen, maar kunnen aanpakken. Zodat we preventief te werk kunnen gaan! Niet alleen met pillen, spuiten en medicatie, maar ook door de maatschappij en levensstijl te veranderen waar nodig. Het zal de farmacie misschien minder opbrengen, maar de mens wel veel gelukkiger maken.
Anke was ook ‘chronisch ziek’ zoals de media het zou noemen. Om uiteindelijk op haar 26ste, na een jarenlange strijd, te sterven. Aan de kanker. Een strijd die soms zichtbaar was, maar vaak ook niet. Een glimlach kan immers veel verbergen! En buitenkomen betekent voor de buitenwereld maar al te vaak, ‘goed en in orde zijn’. En ze heeft inderdaad het beste gemaakt van elke dag, maar niet elke dag was daarom best. Helemaal niet. En ook dat hoort erbij. Ook dat mag gehoord worden! Het eetfestijn en de inspanningen van het Toetiewoetie-team, hebben al weer heel wat geld in het laadje gebracht voor Kom op tegen Kanker en de 1000km tegen kanker.

Hoopgevend is het, dat ondanks dat er dagelijks mensen afzien en sterven aan kanker (en jammer genoeg ook aan vele andere ziektes), er zich ook dagelijks mensen inzetten om hier verandering in te brengen! Grote en kleine acties, die veel en weinig geld opbrengen, maar vooral verbondenheid en geborgenheid tonen. En zo wint het positieve altijd. Zo krijgt de hoop altijd meer kracht dan de wanhoop. En die kracht is sterker dan eender wat ter wereld. Hoop. Het doet echt leven. Ook bij mezelf. Ook bij m’n dierbaren.

Hoop geeft elke dag opnieuw m’n dromen voldoende voeding, m’n doelen voldoende energie, en mezelf voldoende houvast, om keer op keer ietsje meer te leven, dan te overleven. Hoop maakt, dat de media ooit, op een dag, de-echte-goed-nieuws-show zal kunnen schrijven. Niet omdat het verbloemd is, wel omdat het deze keer, de echte volledige waarheid is. Hoe sneller, hoe liever!

Liefs, Lindsey