Healing doesn’t mean the damage doesn’t exist. It means you are trying that it no longer controls your life!

Alweer even geleden dat ik hier nog iets neerschreef! Teksten komen vaak in me op, maar de woorden stokken, wanneer ze onderweg zijn om langs m’n vingertoppen neer getypt te worden. Stokken, in de vingers, maar vooral in de keel wanneer ze m’n hoofd doorkruisen.

Je denkt soms, althans, je hoopt soms, dat je op een bepaald moment het ‘ergste’ wel achter de rug hebt. Dat er een moment komt waarop je niet dieper kunt zitten. Waarop het omhoog klauteren wel uitputtend is, maar niet afgewisseld wordt met terug naar beneden tuimelen. Dat je hoogstens even aan een klif moet uitblazen, om daarna weer omhoog te gaan. Uitputtend. Zwaar. Maar hoopgevend. Tot op het punt dat je denkt een stevige rots gevonden te hebben, waar je even langer kunt uitrusten op weg naar boven. Want de tocht is nog lang. En hard. Een puntige, harde rots, maar je zoekt en zoekt tot je een plekje gevonden hebt waar je je in kan vinden om rust te zoeken. En hopelijk echt te vinden.

Tot net die grote rots begint te wankelen en vallen, en je niet alleen meesleurt, maar ook wilt verpletteren. Verpletterd, door die grote rots, en de kleine rotsen die het met zich meesleurt. Wat je dacht je houvast te zijn, wordt op die moment in enkele seconden tijd net hetgeen waarvoor je moet vluchten met alles wat je hebt, om jezelf veilig te stellen. En die tocht is opnieuw lang, en neerwaarts. Waarbij je soms denkt, wat heeft het voor zin? Kan ik me niet beter laten verpletteren? Is het daarna niet allemaal voorbij? Je vlucht steeds dieper, tot op plaatsen en donkere ruimtes waarbij je ze niet voor mogelijk achtte. Je komt plaatsen tegen waar je 7,5 jaar lang bent proberen uit te klauteren. Je ziet ze anders, maar ze blijven even angstig. Angstiger zelf. En je komt dieper dan ooit tevoren. Zo diep, dat zonlicht niet meer zichtbaar is. En zo benauwd, omdat de rotsen je overal dreigen te omklemmen. Je beseft, het ‘ergste’ is niet voorbij, als het al ooit voorbij zal zijn. En voor het eerst, hoe enorm je ook een hekel hebt aan al dat hokjes denken, wil je tot een hokje behoren. Al is het maar om ergens bij te horen. Om je door iets of iemand begrepen te voelen. Gesteund te voelen. En je niet meer zo verdomd eenzaam te voelen. Daar diep, beneden, omsloten, gevangen, bedreigd.

Niet jong genoeg, niet oud genoeg. Niet ziek genoeg, niet gezond genoeg. Geen behandeling genoeg, maar toch teveel en te zwaar. Te fit, niet fit genoeg. Snel lopen, niet snel genoeg. Sterk, niet sterk genoeg. Niet alleen, maar toch te veel alleen. Alles een beetje, maar niet genoeg. En de maatschappij beoordeelt op ‘genoeg’. Op het hokje. En hokjes zijn vreselijk. Bekrompen. Kortzichtig. Maar wel ‘veilig’. Minder eenzaam. Soms toch.

Wanneer je in het hokje gezond zit, besef je het vaak niet. En wanneer je in het vakje ongezond zit omdat je kanker krijgt, wil je er zo snel mogelijk terug uit. Niet beseffende wat de grijze zone ertussen is. En hoe groot die is. En hoe lang die is.

Wanneer je in behandeling bent, kan je enkel maar denken om te mogen stoppen met de behandeling. Niet wetende hoe het erna voelt en is. Niet wetende hoe de onzekerheid er in hakt. Niet wetende hoe de kortzichtigheid van de maatschappij erop weegt. Niet wetende wat je moet doen met de pijn en vermoeidheid wanneer je niet meer het vooruitzicht hebt om te stoppen met de behandeling, omdat je er al mee bent gestopt, maar geen oplossingen vindt om je beter te voelen. Eindelijk. Even. Al is het maar voor heel even.

Als student, droom je van het werkleven. Als topsport-student, van het topsporter zijn. Niet wetende dat er ook mensen zijn die niet in het werkleven kunnen stappen, hoe graag ze ook willen. Niet wetende dat er daar geen vangnet voor bestaat. Want immers, voor wat, hoort wat. Je moet eerst bijdragen aan de maatschappij, remember. En dit kan uiteraard enkel door te werken in de cliché-zin van het woord. Om maar een van de oooooh zo vele voorbeelden te geven die op je pad kunnen komen.

Als je leven voor de eerste keer instort, weet je niet wat je te wachten staat. Je weet niet dat de lawine keien en rotsen op je af blijft vuren als een vulkaan op z’n hoogtepunt van de uitbarsting. Je weet niet dat de aswolk zo heftig wordt dat je met momenten het licht niet meer ziet. Je weet niet dat je dreigt te verdrinken en verbranden in de lava. Gelukkig maar. En je weet ook niet, dat je leven meerdere keren kan instorten. Nog dieper, nog heftiger dan voorheen. Waarbij de eerste vulkaanuitbarsting plots maar een waarschuwingsteken blijkt te zijn. De tweede is zoveel heftiger, zoveel krachtiger. En zonlicht, zie je al lang niet meer.

Het leven is een lange zoektocht. Zoeken naar evenwicht. Naar vasthouden en loslaten. Naar inspannen en ontspannen. Naar vechten, en berusten. Zoeken. Om niet alleen op weg te moeten. Zoeken. Naar anderen. Maar vooral naar jezelf. Een zoektocht waarbij je jezelf meer verliest, dan ook echt vindt. Beangstigend. Eenzaam. Hard.

Met het nieuwe jaar dat eraan komt, is een terugblik vaak een spontane gebeurtenis. En een voorzichtige vooruitblik misschien ook. Heel voorzichtig dan toch. 2011 was het jaar van mooie hoogtes met onder andere m’n Belgisch Record en 6e plaats op het EK, maar vooral extreme laagtes waarbij m’n diagnose van kanker de kroon spant. 2012 staat voor een fysieke pijn die ik nooit voor mogelijk achtte met een complete neurotoxische reactie waarvan ik nog steeds hevige naweeën heb. 2013 voor alweer een nieuwe behandelmethode en andere dosissen. Idem voor 2014 en 2015. Telkens met enorme nevenwerkingen, maar ondertussen toch ook afstuderen als master kiné. In 2016 ontdekten ze knobbels op m’n schildklier, die nu nog goedaardig zijn, maar kwaadaardig kunnen worden en blijven groeien. In 2017 moesten m’n amandelen er bijna aan geloven door een extreme bacteriële infectie, waardoor ik nu nog steeds quasi dagelijks keelpijn heb. In 2017 kwamen er terug frequent migraine aanvallen bij. En vanaf half 2017 tot en met 2018 heb ik meer geweend, dan geslapen. Me meer opgesloten, dan buitenlucht gezien. En mentaal meer moeten vechten dan ik ooit voor mogelijk hield. Obstakel, na obstakel. Maar gelukkig ook nog steeds die onverwoestbare rotsen in de branding die me omringen. Rotsen, weinig, en steeds minder. Maar zo puur en echt. Rotsen die nooit zullen rollen. Die nooit een lawine zullen creëren, tenzij om de weg voor mij te effenen. Maar nooit met als doel me te verpletteren.

Het waren harde jaren. En ik heb niet meer de hoop dat dit niet meer zal gebeuren. Dat het niet erger kan. Maar ik blijf wel de hoop hebben, dat ik er telkens wel weer door kom. Omdat ik weet, uit ervaring, dat wij mensen, zoveel sterker zijn dan we denken. Omdat ik weet, uit ervaring, dat wij mensen, er nooit alleen voor staan. Hoe eenzaam en donker het ook is! En dat alles een doel heeft. Uiteindelijk.

Het is niet erg om het niet meer te zien zitten. Het is niet erg om fouten te maken. Het is niet erg te beseffen dat je niet perfect bent. Het is niet erg dat niet iedereen je leuk vindt. Het is niet erg om los te moeten laten. Het is niet erg om je verscheurd te voelen door pijn, fysiek en mentaal. Het is menselijk. En je overleeft het. Echt wel. Ook al duurt het soms veel te lang. Ook al doet het soms veel te veel pijn. Je overleeft het. Ooit. En hopelijk wordt het daarna weer leven! Dus wat 2019 ook brengt, voor iedereen, ik wens dat jullie altijd de hoop mogen voelen dat wat er ook op jullie pad komt, jullie erdoorheen komen. Dat jullie er niet alleen voor hoeven te staan. Dat jullie de kracht in jullie zelf mogen voelen! En als het even kan, dat de maatschappij wat menselijker en zachter mag worden. Voor iedereen.

Liefs,

Lindsey

 

 

Winnaars hebben (g)een plan

Winnaars hebben (g)een plan

Winnaars hebben een plan. Een zin die steeds meer mensen in de mond nemen. Een zin, waarvan ik elk woord al kotsend m’n mond laat verlaten.

Waarom moet onze wereld onderverdeeld worden in winnaars en verliezers? Wat maakt iemand die ergens ‘wint’, beter dan iemand anders? En waarom zouden enkel die mensen een plan hebben, waarbij de rest gedegradeerd wordt tot planloze, en bijgevolg in de ondertoon, hersenloze wezens. Maak een plan, en je zult winnen. Toch? Zo simpel?

Herinneren die mensen zich ook hoe vaak ze een plan hebben moeten herschrijven? Hoe vaak hun plan, letterlijk en figuurlijk in het water viel? Herinneren ze zich de momenten dat ze het er allemaal wilden smijten, en ook gesmeten hebben? En herinneren ze zich ook, de porties geluk die er vaak mee gemoeid waren, waardoor ze toch weer op de been geraakten?

Maakt het plan mensen tot winnaars? En wat is de definitie van een winnaar?

(c)Inge Kinnet

Is niet iedereen een winnaar? Op zijn/haar manier? Een moeder van 3 kinderen, dag en nacht in de weer. Een havenarbeider, door weer en wind. Een oma die kleren naait en herstelt voor gans de familie. Een leerkracht die 200 leerlingen moet temmen. Een zieke persoon, die probeert een genezing of oplossing te vinden. En inderdaad, ook topsporters die soms de eer hebben, van hun passie hun beroep te kunnen maken. Iedereen op zijn/haar niveau, succesvol en sterk in wat ze doen. Iedereen een winnaar. Maar veel liever, iedereen menselijk. Warm. Echt.

Heeft niet iedereen op zijn of haar manier een plan? Ook al is het plan, om elke dag, keer op keer, zien te overleven? Zich afvragend hoe ze deze dag terug zullen doorstaan. Fysiek. Emotioneel. Financieel. Zij komen niet in de pers. Zij komen niet op het hoogste schavotje te staan. Maar maakt hen dit minder een winnaar? Maakt hen dit een minder mooi persoon? Maakt dat hun verhaal minder belangrijk? Neen, integendeel.

Als je dag in dag uit, alles wat je hebt, op welk vlak ook, investeert om een volgende dag te bereiken, weliswaar in de schaduw van alles en iedereen, ben je dan een verliezer? Omdat het misschien niet altijd lukt? Omdat het doel moet bijgeschaafd worden? Omdat er geen tikkeltje geluk mee gebonden is? Omdat er geen vangnet is, om in te vallen?

Want vallen, doet iedereen. ‘Winnaars’ en ‘verliezers’. En wat bepaalt hoe vlot je terug kunt opstaan? Als je überhaupt al kan opstaan? Het plan? Opgemaakt door wie? Gefundeerd door wie? Of wat?

Om doelen te bereiken, van welke grootte ook, moet iedereen zich inzetten. Maar is een bepaalde bevolkingsgroep daar beter in dan anderen? Is het geen tijd om al die hokjes en kastjes uit elkaar te timmeren? In plaats van deze nagels nog harder vast te slaan?

Want deze nagels, doen pijn. Mensen op de ‘rand’ van zo’n hokje, blijven er aan hangen. Het laat letterlijk en figuurlijk wonden na. Hun inspanningen gaan verloren in de schaduw van grote uitspraken. Uitspraken, waarmee je alles verkocht krijgt. Woorden, die veel camoufleren. Maar kunnen we niet allemaal van elkaar leren? Zowel uit negatieve als positieve ervaringen? Hebben we niet allemaal een boodschap te vertellen? Elk op onze manier? Kunnen we niet allemaal voor een reden, naar elkaar opkijken? Hoe (on)bekend je in de maatschappij ook bent?

Is het niet al pijnlijk genoeg, als een plan niet blijkt te slagen, dat je daarbovenop nog eens tot de ‘verliezers’ wordt gedegradeerd? Doet dit iets af, aan het feit dat je dag in dag uit alles hebt gegeven? Ben je hierdoor plots minder waard? Of goed? Of sterk? Niet als je het mij vraagt.

Winnaars hebben geen plan. Neen. Mensen hebben een leven. Dat wel. En iedereen probeert op zijn of haar manier daar het beste van te maken. Met de kansen die ze krijgen, maar waar ieder op zich vooral hard voor moet knokken. Een leven, zonder kastjes, hokjes en klasseringen. Waarin iedereen doet wat hij/zij kan. Waarbij iedereen er het beste probeert van te maken. En bij sommigen gaat dit gepaard met veel aandacht, geld, roem. Bij anderen met worstelen en eenzaamheid. En bij heel velen, daar ergens tussenin.

Maar ieder van hen is geen winnaar of verliezer… Wel, een mens. Van vlees en bloed. Met elk op hun manier een plan. Maar vooral een leven.

Liefs,

Lindsey

7 Years

Liefste kanker (English version below)

Hier ben ik weer, klaar om m’n monoloogje af te steken. Zoveel te zeggen, toch zo weinig woorden…
Morgen kennen we elkaar 7 jaar. 7 jaar…vol met zoveel aaneenschakelingen van obstakels, worstelingen, ontgoochelingen, eenzaamheid, pijn en verdriet. Een volheid, die heel veel leegte achter laat.
Maar niet in m’n ziel. Dat sprankeltje, kan je niet raken. Nooit.
Dat sprankeltje, ziet gelukkig ook het goeds. Koestert de kostbare momenten. Is dankbaar, voor al het moois. Dat vonkje, geeft nooit op. En zeker niet de hoop!

We hebben al veel gestreden. Oeverloos lang, bodemloos diep. Soms won ik, soms won jij, maar eigenlijk was er nooit een winnaar. We hebben beiden veel verloren. Misschien te veel. Misschien ook niet.
Misschien is het daarom nu wel een staakt-het-vuren.
Jij houdt je koest, en ik lik m’n wonden. Geef me aub wat tijd. Ik heb het nodig.

Je hoeft geen schrik te hebben, vergeten zal ik je niet. Als jij er niet voor zorgt, zorgen de controles en blijvende schadelijke effecten van de behandeling er wel voor. Maar dat is ok zo. Ik wil je ook niet vergeten.
Ik ben deel van jou, en jij bent deel van mij.
Tot de dood ons zal scheiden. Dat heb ik ondertussen al door. Maar laat ook dat dan maar nog lang duren. Alleen… vechten tegen elkaar hoeft niet meer. Toch? Alsjeblieft…? Ik zou het wel doen, maar echt waar, liever niet…
Ik heb namelijk nog wat zaken op een rijtje te zetten. Puzzelstukjes te verzamelen. Brokstukken te lijmen. Dromen te vervullen. Doelen te bereiken. Mensen te helpen. M’n dierbaren en het leven te koesteren. En vooral ook, wonden te likken. Veel wonden. Oeverloos ver. Bodemloos diep. Ik ben soms zo moe. En zo leeg. Maar wees gerust, m’n ziel blijft vol. En sprankelend. Altijd.
Dus lieve kanker, hou je nog wat koest. Geef me nog wat tijd. Hoe langer, hoe liever. Vergeten zal ik je immers niet. Hoe zou ik kunnen.

Liefs, Lindsey

 

My dearest cancer,

Here I go again. Ready for a one on one converstation. So much to say, but yet so little words.

Tomorrow, it’s been 7 years since we first met. 7 years… full of sequences with obstacles, a lot of struggles and disillusionment, loneliness, pain and sadness. A fullness, leaving much emptiness behind…But not in my soul. That sparkle, detects the good in every single corner and at every little spot. That light, never gives up! And certaintly not on hope!

We fought already a lot. Endlessly long. Bottomless deep. Sometimes, I won. Sometimes, you did. But actually, there never was a real winner. We’ve both lost. A lot. Maybe too much. Maybe not. Maybe that’s why we’re in a ceasefire now. You are acting low profile. And I am licking my wounds.

Please, give me some time.I really need it!

Don’t be afraid, I will never forget you. Even if you wouldn’t take care of that, the check-ups and the remaining harmfull effects of the treatment would do so. But you know, that’s okay. I don’t wonna forget you.

I am part of you, and you are part of me. Untill death do us part. I’ve already realized that. But you know what, can we please wait with that too? Only… We don’t have to fight each other anymore, agree? Please? I really would if necessary, but really, I prefer not…

Because, I still have to figure things out. Put things straight again. Collect puzzle pieces and make it whole again.Fulfill dreams, reach goals, help other people. Cherish my beloved ones and my own life. And most of all, I have to lick my wounds. Many wounds. Endlessly long. Bottomless deep.

Sometimes, I am so so tired. So empty.  But don’t you worry. My soul is full. And sparkling. Always.

So, my dearest cancer. Please, back off a little longer. Give me more time. The longer, the better. Because you know, I will never forget you. I couldn’t, even if I tried.

Love, Lindsey

Sport Coaching en Kinesitherapie!

Hallo iedereen!

Even geen update over mijn reilen en zeilen, maar wel een update over m’n professionele bezigheden. Zoals velen van jullie al weten, is sport voor mij de rode draad in m’n leven. Mijn passie, en heel vaak mijn houvast! Het houdt me letterlijk en figuurlijk recht, wanneer ik soms denk alleen maar te kunnen vallen! Het geeft me zoveel meer, dan ik er in hoef te steken!

Deze passie wil ik graag delen met mensen die een sportieve doelstelling willen bereiken, met een individueel, op maat gemaakt trainingsschema/oefenschema, al dan niet onder persoonlijke begeleiding ! Op een gezonde, verantwoorde, maar ook een leuke en uitdagende manier wil ik jullie aan het sporten krijgen, én houden! Samen op weg, naar een fittere versie van jezelf! Samen op weg, naar een leven, dat je écht kan leven!

Naast m’n dikke 20 jaar loopervaring, heb ik ook m’n wetenschappelijke bagage door m’n diploma master in de revalidatiewetenschappen en kinesitherapie. Bagage die ik ben blijven aanvullen met bijkomende opleidingen, literatuur en werkervaring. Mijn kennis op het gebied van oefentherapie, blessurepreventie, trainingsschema’s en inspanningsfysiologie blijf ik met plezier verruimen en wil ik nu graag op professioneel vlaak inzetten als sport coach.

Ik weet helaas ook, hoe het voelt wanneer een lichaam niet gezond functioneert. Wanneer topsport, weer sport wordt, en soms nog amper sport te noemen valt. Dan wordt het een uitdaging om met beperkte energie, toch zo fit mogelijk te blijven. En om met beperkte fut, toch fun te vinden in wat je wél kan doen. Een evenwicht zoeken en vinden, tussen inspanning en ontspanning.

Heb je dus een loopdoel in je hoofd, maar weet je niet hoe je er aan moet beginnen? Wil je rug-en/of nekoefeningen doen, maar kan je wel wat begeleiding gebruiken? Heb je je ogen laten vallen op start-to-run, of wil je net een marathon uitlopen of sneller lopen? Ben je blessuregevoelig, waardoor je sportief doel al in het water valt, nog voor je goed en wel begonnen bent? Of wil je juist iets doen aan je gewicht, gezondheidsproblemen of spieren? Kijk dan zeker eens op de pagina op m’n website, neem gerust contact op, en wie weet kunnen we binnenkort samen op weg, naar het bereiken van jouw (loop)doel!

Link naar de pagina 

No beauty shines brighter, than that of a good heart!

M’n laatste controle in het ziekenhuis, was er niet meteen eentje om over naar huis te schrijven. Maar misschien wel eentje om terug een stukje van m’n blog mee te vullen. De vermoeidheid en mijn verstoord centraal zenuwstelsel, blijven m’n geduchte tegenstanders. De kanker ook. Helaas. De medicatie, momenteel niet. Maar daar blijft het dan ook bij. Al besef ik maar al te goed dat dit gegeven ook veel sneller dan me lief is, kan veranderen.Elke controle worstel ik met het dilemma. Ga ik in detail over hoe en wat ik voel of hou ik het bij een korte, ja cva wel, alles zowat hetzelfde. Met andere woorden, maak ik er me snel van af, of probeer ik met handen en voeten uit te leggen hoe het voelt om mezelf te voelen ‘leeglopen’ van energie, in een tijdspanne die sneller verloopt dan ik ’s morgens besteed tussen uit het bed klauteren en m’n loopkleren aantrekken en gaan lopen, met daartussen ontbijten en tanden poetsen. Diegenen die me dan tegenkomen zullen wel doorhebben dat dit niet veel tijd in beslag neemt, voor de anderen… laat ons zeggen dat we het hebben over pakweg 10 minuten. 10 minuten, tussen ietwat ok rechtop staan, en draaien als een tol. 10 minuten om alle energie, coördinatie, communicatievermogen en kracht, te voelen wegsijpelen. 10 minuten om te proberen uit het sociaal gebeuren weg te geraken, zodat ik niet opnieuw té asociaal zou overkomen. Maar dat laatste is tegenwoordig geen probleem, aangezien ik nog altijd het merendeel van m’n dagen spendeer als holbewoner en dus momenteel ‘gewoon’ moet maken dat ik me in die 10 minuten begeef naar de plaats waar ik de rest van de dag ‘wens’ door te brengen, met de ‘attributen’ die ik nodig heb. Lees: meestal m’n zetel, een fles water, m’n gsm en het dichtdoen van de gordijnen. Als ik zou kunnen, zou er ook nog een toilet naast me gezet worden en that’s it. En dit is dan 1 aspect, van een verstoord centraal zenuwstelsel. Los van het gevoel een levend speldenkussen te zijn, los van de ‘akward’ momenten wanneer je tijdens een gesprek helemaal niet meer weet waar het 3 seconden geleden over ging, los van de stabiliteit van een lompe olifant die probeert koorddanser te worden en ook los van je een fractie van een seconde in de beginfase van een hartinfact te voelen, wanneer er een plots fel lawaai of lichtinval je zintuigen passeert. Los daarvan, en los van zoveel meer. Meestal, laat ik m’n handen en voeten rusten en ga ik de uitleg niet aan. Meestal, zinkt de moed me nog voor ik moet starten in de schoenen. Meestal…En soms, heel soms, los ik toch hier en daar een poging tot verwoording. Een poging, om m’n sprankeltje hoop weer wat meer vuur te geven.

Antwoord van de prof: of ik voor m’n ziekte ook al zo hoog gevoelig was? Je bedoelt of ik me ook een levende sputterende elektriciteitskast voelde toen? Of ik me niet het B, of C merk van batterijen voelde toen, maar zelfs het Z-merk? Meteen leeglopend, niet veel mee aan te vangen? Of ik ook de sociale vaardigheden verkoos van een slapende peuter, om toch maar niet in vreemde situaties te komen als het m’n zenuwstelsel, letterlijk te veel werd? Nee dokter, dat had ik voordien niet. Geen extra vuur aan m’n sprankeltje hoop dus. Heel even zelfs geen sprankeltje meer. Ik moest denken aan de woorden van de chronische pijndokter uit het programma Topdokters. ‘Beeld je in, dat het alarmsysteem van je huis prima werkt. Alleen, gaat het systeem af bij de minste mug of vlieg die in het huis rondvliegt, dat is chronische pijn’. Ik voel me soms alsof m’n lichaam een groot gigantisch kasteel is, met ontelbare ruimtes en plaatsen. En elk van die plaatsen perfect beveiligd door zo’n geweldig alarmsysteem. Ik besef maar al te goed dat zo’n alarmsysteem nodig is en belangrijk zelfs! Maar helaas is het een kasteel met ook ontelbare zwermen muggen, vliegen en zoveel insecten als je je maar kunt inbeelden. Die elk op zich alle alarmen kunnen laten gaan. De ene keer 1 ruimte, de andere keer een andere. En als het allemaal echt even tegenzit ook nog het hoofdalarmsysteem, dat alles ontregelt en de dagen erop gereset moet worden. Muggen en vliegen, die het alarmsysteem met het effect van verpletterende olifanten in werking zetten. Olifanten die tegen alle muren, hoeken en meubels van elke kamer opboksen, om toch maar zeker te zijn dat we allemaal merken dat het kasteel in ‘gevaar’ is. Dus neen dokter, dat had ik voor m’n ziekte niet. En voor m’n ziekte zou ik zelfs nooit kunnen verzinnen, dat zoiets bestond. Laat staan dat ik het zou kunnen uitleggen, want ik kan het nu al amper.

Het pijnlijke is, dat ik vaak merk dat ik de behoefte voel om aan anderen uit te proberen leggen hoe zoiets voelt. Dit omdat ik merk dat zoiets moeilijk te vatten is, en vaak ook niet te zien is. Ik kan het niet kwalijk nemen, want het is ook moeilijk te vatten. Maar diegenen die me echt kennen, zien het wel. En zij trekken gelukkig m’n vermoeidheid en pijn nooit in twijfel, want nog erger dan die vermoeidheid en pijn, is de pijn van onbegrip en ongeloof. Het gevoel van nog eenzamer te staan, dan je je al zo vaak voelt. Dat gevoel, gaat door merg en been, en ik kan het spreekwoord echt wel ten gronde gebruiken, want om even m’n galgenhumor boven te halen, ik weet ook hoe een naald door merg en been voelt;-).

De laatste tijd heb ik het steeds moeilijker met de enorm harde wereld. Gelukkig niet overal. Gelukkig niet altijd. Maar toch veel te veel aanwezig. Mensen veroordelen elkaar zonder verpinken, spuwen hun gal op wie het hen uitkomt, gebruiken hun jaloezie en afgunst om anderen de dieperik in te duwen, en zoeken vaak de schuld buiten zichzelf, zolang de hand maar niet in eigen boezem moet. En dit alles dan nog vaak met de volle overtuiging dat ze hiermee de ‘goeden’ zijn. Maar hoe kan je nu goed doen, door andermans rekening te maken? Door te oordelen over situaties waar je helemaal niets van afweet? Door anderen de dieperik in te duwen, met de overtuiging dat je daardoor zelf hoger komt te staan? Je komt niet hoger te staan, want de negativiteit werkt als drijfzand en slorpt je steeds meer en meer op, tot je helemaal geen licht meer kunt zien, geen liefde meer kunt voelen. We gedragen ons allemaal soms veel te veel als die stampende olifanten in het alarmsysteem. Geactiveerd door iets kleins, een mug, een vlieg, of misschien zelfs gewoon een waas van iets wat niet is. Maar wel met veel te grote reacties tot gevolg. Het activeren van een alarmsysteem aan negativiteit, koelheid en neerbuigendheid. Denkend dat je het kasteel beschermt, als superieure olifant. Maar niet beseffend dat wij, de olifanten, net het kasteel in brokken aan het slaan zijn, tot er niets meer overblijft. Niet beseffend, dat we helemaal niet superieur zijn. We hebben een alarmsysteem nodig. We mogen geactiveerd worden als het op onze medemens aankomt. Maar niet met negativiteit en afgunst. Wel met liefde en steun en kracht. Om onze dierbaren terecht te beschermen. Om onszelf terecht te beschermen. Maar niet om anderen onterecht aan te vallen. En dan nog is het niet aan ons om te beslissen wat terecht of onterecht is…

Het leven kan heel veel pijn en verdriet met zich mee brengen. Soms een aaneenschakeling van. Soms met zo een diepgang en intensiteit dat velen er nog geen glimp van hebben gezien of het zelfs niet kunnen beseffen. Gelukkig maar. Ik hoop dat we iets meer vlinders mogen zien, die het alarmsysteem niet activeren. Maar dat we tegelijk zelf ook minder olifant mogen zijn, niet klaar staand om anderen te verpletteren. Maar tegelijk, hoop ik dat we ook een ander alarmsysteem mogen creëren en activeren. Eentje waardoor we ons steeds meer alert mogen zijn, mogen voelen en zien, wat de noden van de mens zijn. Namelijk liefde, steun en geborgenheid. En dit ook mogen geven, oprecht en diepgaand.

Alarmsystemen mét een geheugen, zodat we zien wat onze reacties teweeg brengen. Tenminste, als we dit durven te zien. Zo zullen we ons ook herinneren waarom we geen olifanten wensen te zijn. Door uit het verleden te leren, geloof ik er in dat ons alarmsysteem zal blijven kiezen om zoveel mogelijk vlinders te zien. Maar ook, om de vliegen en muggen te zien. Hoeveel zwermen en soorten ook. Maar dat het deze keer zal beseffen, dat vliegen en muggen ook overwaaien, zonder als olifant te werk te gaan. Dat het zal beseffen, dat het kasteel op deze manier beter stand houdt, en geen hoopje puin wordt waar steeds minder van overblijft. Een kasteel, waar mooie herinneringen in kunnen gemaakt worden. Waar iedereen zo vredig mogelijk zijn of haar thuis gevonden heeft. Zowel olifant, als insect, van welke soort ook. Zodat ook het intens verdriet, en die intense pijn, een rustige plaats in het kasteel kan krijgen. Want hoe je het ook draait of keert, het zal altijd het meest onrustige kamertje van het gebouw blijven.

Liefs,

Lindsey